Stranded assets, carbon bubbles & Kodak moments

Martin Zellerhoff, via Wikimedia Creative Commons

De kolenmijnen, aardgas- en oliereserves zijn nog lang niet leeg maar de ruimte om CO2 uit te stoten is wel zo goed als op. Wanneer neemt de fossiele industrie zijn verlies? En wat betekent dat voor ons?

Versneld afschrijven doet pijn maar is onvermijdelijk

De wereldeconomie van 2050 draait primair op hernieuwbare energie. De wereldeconomie van 2100 draait volledig emissievrij. Dat is vorig jaar op de klimaattop in Parijs afgesproken door 195 landen en dat is inmiddels door meer dan 55 landen officieel bekrachtigd.

De wereldeconomie van nu draait op aardolie, steenkool en gas en heeft nog krap 34 jaar om het roer volledig om te gooien. Wie het klimaatakkoord serieus neemt, ziet de impact op kolencentrales, tankstations en olieraffinaderijen. Wie nu zijn geld verdient met fossiele bronnen moet óf rigoureus veranderen óf is binnen drie decennia zijn bestaansrecht kwijt.

$ 2.200 mrd aan fossiele activa door het putje

De Britse denktank Carbon Tracker heeft becijferd dat, om klimaatverandering tot 2 graden te beperken, ruwweg drie kwart van de bekende olie, gas en kolenreserves in de grond moet blijven. Die fossiele reserves staan nu voor vele miljarden op de balansen van energiemultinationals en oliestaten. De pijnlijke constatering voor de fossiele industrie is dat extreem afboeken onvermijdelijk is.

Daarbij gaat het niet alleen om de hulpbronnen in de grond. Ook raffinaderijen, kolencentrales en pijpleidingen brengen niet de miljarden op waarvoor ze gebouwd zijn. Installaties in de energiesector zijn typisch ontworpen voor een gebruiksduur van 30 tot 60 jaar. In de afgelopen tien jaar is er stevig bijgebouwd en voor de komende tien jaar staan er opnieuw grote plannen klaar. Carbon Tracker claimt dat er wereldwijd $ 2.200 mrd op balansen of in investeringsplannen staat die direct gerelateerd zijn aan ‘niet-exploiteerbare’ fossiele bronnen. De sector zelf bagatelliseert de risico’s van deze stranded assets maar de Bank of England en ook onze eigen Nederlandse Bank nemen de constatering van de denktank uiterst serieus.

Veranderen is moeilijk maar gaat ook vanzelf

Lobby vertraagt maar redt nooit wat niet te redden is

Nieuwe alternatieven, afnemende behoefte, voortschrijdend inzicht en veranderende wetgeving zie je – soms niet, maar veel vaker wel – van mijlenver aankomen. Toch is de natuurlijke reactie om te blijven doen waar je goed in bent en nu goed geld mee verdient.

Veranderen is ook verdomde lastig. Maar veranderen gaat uiteindelijk toch vanzelf. Cameraproducent Kodak is wat dat betreft het schoolvoorbeeld. De Amerikaanse fabrikant domineerde decennialang de fotomarkt maar pionierde in de jaren ’70 ook met digitale fotografie. Kodak koos er voor zijn handel in fotorolletjes niet te kannibaliseren en kreeg dat besluit 30 jaar later keihard voor de kiezen. Ook marktleider Nokia hield te lang vast aan zijn succes met ‘te simpele’ mobiele telefoons. En zo hebben ook de postzegel-, muziek- en filmbranche de kansen van het internet veel te laat omarmd.

Niet alleen betere alternatieven maar ook nieuwe inzichten en aangescherpte wetten kosten lucratieve businessmodellen de kop. Wie in de vorige eeuw zijn geld verdiende met asbest of met haarlak die de ozonlaag wegvreet, weet dat de internationale gemeenschap als het echt moet wel degelijk ingrijpt. De tabaksindustrie laat zien dat twijfel zaaien en vertragen absoluut helpt maar uiteindelijk is lobbygeld niet eeuwig opgewassen tegen wetenschap en maatschappij.

Perfecte storm voor de (fossiele) energiesector

Toch niet alles oppompen wat op te pompen valt

Net als de tabaksindustrie is de fossiele sector zich bewust van zijn positie. De industrie heeft zich decennialang suf gelobbyd om zijn bestaansrecht te rekken. De sector heeft het hierbij extra zwaar want rond het fossiele verdienmodel komen alle ontregelende factoren samen:

  • Behoefte: Economische groei en stijgend energiegebruik zijn ontkoppeld. Ook in opkomende economieën.
  • Inzicht: De wetenschap heeft de directe milieuschade en klimaatrisico’s glashard aangetoond.
  • Wetgeving: De maatschappelijke druk is in Parijs definitief omgezet in een mondiale politieke doelstelling.
  • Alternatieven: Nieuwe techniek biedt betaalbare energie zonder de overlast en risico’s van steenkool, olie en gas.

Inmiddels zijn de rijen in de fossiele sector niet meer gesloten. Multinationals als Dong en Total geven de strijd op en ook olielanden als Noorwegen en Saoedi-Arabië nemen serieuze stappen in de energietransitie. Openlijk ontkennen van klimaatverandering is sowieso nergens meer salonfähig en ook Shell lijkt terug te komen op zijn ‘pompen wat we pompen kunnen’ van nog geen jaar geleden.

De catch22 van de kortetermijnrisico’s en acute investeringen

Pijnvrije klimaattransitie bestaat niet

Alles wijst er kortom op dat tijdperk van olie, gas en steenkool de komende decennia inderdaad definitief ten einde komt. Of het snel genoeg gaat om een klimaatramp af te wenden, blijft de vraag.

Of de energietransitie te voltooien is zonder een nieuwe financiële crisis uit te lokken, is ook allerminst zeker. Energiemultinationals behoren tot de grootste bedrijven ter wereld. Ze zijn jarenlang een zekere belegging voor pensioenfondsen, verzekeraars en banken geweest en bieden nog altijd werk aan miljoenen mensen. Afbouwen van de fossiele industrie gaat hoe dan ook pijn doen. Hoeveel pijn hangt af van de opstelling van de betrokken bedrijven en landen. De $ 2.200 mrd aan stranded assets die Carbon Tracker in kaart heeft gebracht, zijn voor een deel nog niet uitgegeven. Die investeringen zijn om te buigen en dat is waar activistische aandeelhouders zoals Follow This op aansturen.

Voor Stedin en Alliander is het probleem nog krommer. De netbeheerders zijn verplicht iedereen die er om vraagt op het gas aan te sluiten maar weten ook dat aardgas snel wordt uitgefaseerd. Een gasnet voor een nieuwbouwwijk gaat 40 jaar mee en ook in bestaande wijken zijn veel netten aan acute vervanging toe. De dure nieuwe pijpen, waar we in Nederland allemaal aan meebetalen, zijn misschien nog maar vijf jaar relevant.

Eenzelfde kwestie speelt in de Groninger Eemshaven. Een kostbare en omstreden vaargeulverdieping biedt daar extra grote steenkoolschepen de ruimte om een gloednieuwe elektriciteitscentrale te bevoorraden. Die kolencentrale moet echter al binnen vijf à tien jaar weer sluiten. Kapitaalvernietiging is niet vaak zo voorspelbaar.

Het fossiele eindspel is een stoelendans op hete kolen

Wie doet als eerste het licht uit?

Een deel van de afschrijvingen is dus te voorkomen maar een groot deel van de $ 2.200 mln aan stranded assets zijn niet te redden. Die zitten wel degelijk ‘in de grond’.

Iedereen die olie-, gas- en kolenreserves, bestaande raffinaderijen, energiecentrales en distributienetwerken bezit, wil ze zo lang mogelijk optimaal benutten. Het klimaatakkoord biedt wat dat betreft helaas ook perspectief: Als 75 procent van de bronnen in de grond moet blijven, is er met 25 procent nog steeds een boterham te verdienen. Wie doet dan als eerste het licht uit?

Ook al erkent iedereen de risico’s van CO2-uitstoot, een trage stoelendans met alleen maar verliezers ligt nog steeds op de loer. Hoe langer dit proces duurt, hoe langer de fossiele miljarden onterecht in de boeken blijven staan. Dat maakt de schok, als de verliezen uiteindelijk toch genomen worden, des te groter. Het voortouw nemen, is hier de enige verdediging.

synthesis-infographic-01

Imagecredit: Martin Zellerhoff, via Wikimedia Creative Commons (cropped) / Carbon Tracker (Infographic)

You may also like...