5 fake news verhalen over duurzame energie ontzenuwd

Skeeze, via Pixabay Public Domain

Over zonnepanelen en windturbines bestaan grote mythes. Ze zijn al lang en breed achterhaald of überhaupt nooit waar geweest maar borrelen toch steeds weer op. Hierbij de feiten achter de schadelijkste fabels en kulargumenten. 

Misvattingen en nepnieuws over de energietransitie

Terwijl de energiewereld verandert, blijven standpunten hangen. In de politiek, kranten en op Twitter heersen hardnekkige onjuiste ideeën over energie. Met Trump en onze eigen verkiezingen in het achterhoofd daarom de denkfouten en de feiten rond 5 schadelijke energiefabels op een rij.

1.‘We verstoken bergen steenkool als backup voor windenergie’

Omdat wij niet kunnen afdwingen wanneer het waait of de zon schijnt, kunnen we niet zonder kolen- en gascentrales. Dat klopt, voor nu. Wat niet klopt is dat oude energiecentrales ‘in standby’ zinloos steenkool verstoken, om maar te kunnen bijspringen als de wind onverhoopt gaat liggen. De opbrengst van windparken is een dag van te voren goed – en enkele uren van te voren uitstekend – te voorspellen. Ruim op tijd is zo duidelijk welke fossiele centrales uit kunnen blijven. Ons stroomgebruik is al sinds 1886 variabel en niet te sturen, net als het weer. Het stroomnet van nu vangt variaties in vraag en aanbod efficiënt op. Het elektriciteitsnet van de toekomst is nog flexibeler en kan zonder fossiele baseload.

2.‘Zonnepanelen maken kost meer energie dan ze opleveren’

Chinese zonnepanelenfabrikanten gebruiken veel (kolen)stroom. Dat klopt. Het klopt ook dat het transport, de installatie en de recycling van de panelen energie kost. Toch is de CO2- en energiebalans van zonnepanelen absoluut positief (en die van windturbines nog positiever). Afhankelijk van het klimaat waarin zonnepanelen zijn geïnstalleerd, leveren ze de energie van de productie binnen 1 tot 3 jaar terug. Daarna levert een zonnepaneel nog eens 20 à 30 jaar hernieuwbare stroom zonder emissies. Een zonnepaneel in Noord-Europa (referentie Zwitserland) genereert minimaal 8 keer zoveel energie als de productie heeft gekost. In Zuid-Amerika of de Sahara is die verhouding nog veel mooier. 

3.‘Dankzij de energiewende produceert Duitsland juist meer CO2′

Duitsland wekt inmiddels een respectabele 32 procent van zijn elektriciteit op met duurzame energie. Toch is de CO2-uitstoot van Duitsland in 2016 gestegen. Een en een is twee? Nee. De CO2-emissies gekoppeld aan de Duitse stroomvoorziening daalden in 2016 met 1.6 procent. En tussen het begin van de wende in 1990 en 2015 daalde de CO2-uitstoot per kilowattuur al met 29 procent. Tegelijkertijd zakte het aandeel van (CO2-vrije) kerncentrales in de Duitse stroomvoorziening ook nog van 27 naar 13 procent. Windmolens en zonnepanelen verminderen de Duitse CO2-uitstoot sterk. Helaas blijft de energiewende op de Duitse wegen en in de industrie achter. Daar komt de extra CO2 vandaan.

4.‘Zonne- en windenergie kan nooit zonder subsidie’

Elke succesvolle techniek maakt een leercurve door. Terwijl de verkopen toenemen, leren producenten hoe de groeiende vraag het voordeligst is in te vullen. Toen windturbines en zonnepanelen op de markt kwamen, had de fossiele industrie zijn leercurve al goeddeels doorlopen. Subsidies helpen wind en zon om die voorsprong in te halen. Nu er een volwassen markt voor windturbines en zonnepanelen is, nadert hernieuwbare energie (subsidievrij maar zonder opslag) het prijspeil van steenkool en aardgas. In 30 landen zijn zonnepanelen of windturbines nu al de goedkoopste vorm van nieuwe elektriciteit. En die trend vlak nog niet af. Opslag van duurzame energie maakt inmiddels ook een steile leercurve door.

5.‘Wind en zon destabiliseren de energievoorziening’

Het meest aangehaalde voorbeeld in deze context is een grote stroomstoring in Australië. Windmolens gaan hier inderdaad niet geheel vrijuit. Er is een kansje dat kolencentrales de bijzondere samenloop van omstandigheden net wel hadden kunnen opvangen. De echte oorzaak was echter een van de extreemste stormen in 50 jaar, die liefs vier (!) verschillende hoogspanningslijnen tegelijkertijd onklaar maakte. Dat duurzaam én energiezekerheid goed samengaan, bewijzen onze buren. De Deense en Duitse stroomnetten behoren tot de betrouwbaarste ter wereld. En het wordt alleen maar beter: Windturbines en zonneparken pakken de komende jaren een nog actievere rol in de netstabiliteit. 

Bonus: 3 opgeblazen tegenargumenten 

Nu we toch bezig zijn. Drie veelgehoorde argumenten tegen windturbines, zonnepanelen en andere duurzame energie die ondanks een kern van waarheid niet steekhoudend zijn.

6.‘Windmolens zijn vogelmoordenaars’

Vogels vliegen zich soms te pletter tegen windmolens, of durven een windpark niet in op zoek naar voedsel. Dat klopt. Het klopt ook dat de de impact van gebouwen, pesticiden, auto’s en huiskatten véél groter is. Natuurlijk geen reden om de windschade dan maar te negeren. Vogels, vleermuizen en alle andere vormen van biodiversiteit hebben echter ook veel – misschien wel het meest – te vrezen van klimaatverandering en vervuiling. Daarom dienen windparken het belang van vogels. In het algemeen is de Nederlandse Vogelbescherming voorstander van duurzame (wind)energie. De Britse Royal Society for the Protection of Birds keurt 94 procent van alle voorstellen voor windparken goed. Voor de rest: Radar.

7.‘Windmolens vallen bij bosjes om’

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Kolenmijnen storten in, schaliegasputten lekken, kerncentrales ontploffen, PV-installateurs pleuren van het dak en windturbines knakken om. Deze gebeurtenissen halen het nieuws omdat ze opvallen. En ze vallen op omdat ze zeldzaam zijn. Het is natuurlijk van het grootste belang om te leren van sporadische missers, om ze zo nog zeldzamer te maken. Besef echter dat er wereldwijd al meer dan 300.000 windturbines draaien. Voor het overgrote deel incident- en slachtoffervrij. Qua veiligheid scoren windturbines erg hoog. Per opgewekte kilowattuur behoort windenergie samen met waterkracht en kernenergie (ja echt) tot de minst dodelijke energiebronnen. 

8.‘Onze SDE-subsidie houdt Poolse kolencentrales in bedrijf’

In Europa bestaat sinds 2005 een emission trading system (ETS). Energiecentrales, staalfabrieken en andere grote CO2-bronnen krijgen een beperkt aantal emissierechten. Voor het recht extra CO2 uit te stoten, moeten bedrijven onderling handelen. Als duurzame energie een kolencentrale uit de markt prijst, blijven er CO2-rechten over. Volgens het ‘waterbedeffect‘ daalt daarmee de marktprijs en verschuift het CO2-probleem. In de praktijk ligt de CO2-prijs zo laag dat hij sowieso geen aanleiding geeft om vuile energie en industrie uit te bannen. Als het emissiehandelssysteem echt een rol van betekenis zou spelen, concurreerden windparken allang subsidievrij met steenkool.

Imagecredit: Skeeze, via Pixabay Public Domain

You may also like...

WattisDuurzaam gebruikt cookies (en diensten die cookies plaatsen) om de site te verbeteren.