Antieke wet frustreert offshore wind in VS, Nederland schiet te hulp

GustoMSC

Het Nederlandse ingenieursbureau GustoMSC heeft een jack-up vessel ontworpen speciaal voor de Amerikaanse markt. Het installatieschip is bedoeld om windparken aan de noordoostkust van de Verenigde Staten te bouwen. 

Mondiale inhaalslag in offshore wind

Offshore windenergie is tot nu toe primair een West-Europese aangelegenheid. Alleen de dichtbevolkte landen rond de Noordzee zagen de afgelopen decennia heil in de bouw van dure windparken op zee.

Nu het Europese pionierswerk in korte tijd onwaarschijnlijke prijsdalingen heeft geforceerd, wil de rest van de wereld meeprofiteren. Plannen voor grote offshore windparken schieten op vrijwel alle continenten uit de grond. De recordprijzen voor Duitse, Deense en Nederlandse windparken zijn echter niet zomaar te reproduceren buiten de Noordzee. De industrie die hier vol op stoom is, staat in de rest van de wereld nog in de kinderschoenen.

Ontwikkelingsland Amerika

China lijkt desondanks in staat het Europese succes zelfstandig te kopiëren, in Azië en wellicht ook in Australië. De Verenigde Staten zijn wat betreft offshore windenergie nog echt een achtergebleven gebied, met grote kansen voor Nederland.

Block Island is het allereerste en tot nu toe enige Amerikaanse zeewindpark. Het project voor de kust van New York is pas amper een jaar in bedrijf en slechts 30 megawatt groot. Ter vergelijk: Het allereerste Europese offshore project was met 25 megawatt net iets kleiner en ging afgelopen zomer met pensioen, na meer dan 25 jaar (!) trouwe dienst. Logischerwijs kijkt de VS naar Europa voor eerste hulp bij wind op zee.

Block Island is gebouwd door projectontwikkelaar Deepwater Wind met de Nederlander Chris van Beek als CEO. De 5 windturbines staan op masten uit Spanje, hebben wieken uit Denemarken en zijn gebouwd in de Franse fabrieken van Alstom – dat gedurende de realisatie van Block Island wel is ingelijfd door het Amerikaanse General Electric.

Met 5 windmolens de Atlantische Oceaan over en direct weer terug

De belangrijkste Europese inbreng kwam echter uit Noorwegen. De Noorse rederij Fred Olsen transporteerde alle onderdelen van Frankrijk naar de Amerikaanse oostkust. Althans, bijna: Het transport- en installatieschip mocht niet aanmeren.

De Jones Act, een protectionistische wet uit 1920, verplicht dat schepen die varen tussen Amerikaanse havens in de VS zijn gebouwd en varen met Amerikaanse bemanning. Deze Jones Act was recent in het nieuws omdat hij de hulpverlening aan Porto Rico en andere door orkanen getroffen gebieden frustreerde. Pas na aandringen werd voor Porto Rico een uitzondering gemaakt. Afschaffen van de wet is voorlopig niet aan de orde.

Jones Act Compliant offshore windparken

De antieke wet maakt dus ook de ontwikkeling van offshore windparken onnodig moeilijk, te meer daar de VS nog niet over installatieschepen voor windturbines beschikt. Bouwen van veel grotere windparken in de Amerikaanse wateren, zoals Deepwater maar ook Shell, Statoil en Ørsted (voorheen Dong) van plan zijn, is zonder Jones Act Compliant schepen niet te doen.

Het Nederlandse ingenieursbureau GustoMSC springt in dit gat in de markt met een schipontwerp dat is gericht op de Amerikaanse situatie. Volgens GustoMSC kunnen meerdere Amerikaanse scheepswerven dit jack-up vessel goedkoop en snel bouwen. Het schip is in de basisversie niet voorzien van eigen voortstuwing, serieuze woonblokken of een grote kraan.

In deze uitgeklede versie is het een pendelschip dat windturbines vanuit Amerikaanse havens naar een groter installatieschip – varend onder buitenlandse vlag – brengt. Zo kan de ontluikende Amerikaanse offshore windsector de Jones Act omzeilen en op korte termijn dan toch echt de eerste volwaardige offshore windparken bouwen.

Bron: GreentechMedia, Bloomberg, GustoMSC / Imagecredit: GustoMSC

You may also like...

WattisDuurzaam gebruikt cookies (en diensten die cookies plaatsen) om de site te verbeteren.