Wat gebeurt er met ons houtafval? Kan het aardgas vervangen?

Harishan Kobalasingam, via Unsplash Public Domain

Hout is ruim beschikbaar en kent uiteenlopende toepassingen. Logischerwijs ontstaan bij het verbouwen, verwerken en gebruiken van hout ook afvalstromen. Dit resthout biedt kansen voor de energietransitie.

Dit artikel is onderdeel van een samenwerking met Bio Energy Netherlands.

Een juiste omgang met resthout resulteert in een besparing van (fossiele) grondstoffen, en daarmee tot een verbetering van het milieu. Houtafval kan zo ook bijdragen aan de vervanging van het Gronings aardgas. Hoe gaan we in Nederland eigenlijk om met houtafval? En welke impact heeft dit op het milieu?

A, B, C-hout

Voor iedere soort afval bestaat in Nederland een minimumstandaard voor verwerking. Daarbij verloopt de voorkeur van direct hergebruik (beste) tot storten (slechtste). Hiertussen bevinden zich vormen van verwerking zoals recyclen of verbranden. Als de minimale eis bijvoorbeeld recycling is, mag het afval nooit op een lager aangeschreven manier worden verwerkt.

Om de minimumstandaard voor de verwerking van houtafval te bepalen, moet eerst worden vastgesteld om wat voor type resthout het gaat. Het maakt hierbij niet uit of het hout van een eik of een naaldboom komt. Het gaat om de mate waarin het hout is bewerkt. Resthout wordt ingedeeld in drie categorieën: A-, B-, en C-hout.

A-hout is ongeverfd en onbehandeld hout. Het mag wel verzaagd of aan elkaar getimmerd zijn geweest, maar moet verder zo zijn zoals het uit de natuur kwam. Als het hout wel geverfd, gelakt of verlijmd is valt het onder de categorie B-hout. De eisen voor de verwerking van A- en B-hout zijn grotendeels gelijk, maar voor C-hout zijn ze veel strenger.

C-hout is geïmpregneerd hout. Hierbij zijn onder grote druk stoffen ingebracht om de gebruiksduur te verlengen. Dit soort behandelingen worden toegepast op hout voor bijvoorbeeld spoorbielzen, die veel te verduren krijgen. De gebruikte stoffen variëren van chroom, koper en/of arseen (gewolmaniseerd) tot teer en insecticiden. De potentiële schade aan het milieu is daarom bij C-hout veel groter. Op enkele uitzonderingen na geldt voor al het houtafval in Nederland dat dit nooit zomaar verbrand (zonder gebruik voor energie) of gestort mag worden. Alleen voor gewolmaniseerd C-hout bestaat geen andere oplossing dan storten, omdat er bij recycling en verbranding teveel schadelijke stoffen kunnen vrijkomen.

Verder moet er voor het houtafval altijd minimaal een nuttige toepassing zijn. In de praktijk wordt A- en B-hout daarom voornamelijk gebruikt om bijvoorbeeld spaanplaten van te maken (recycling) of als brandstof toegevoerd in elektriciteits- en warmtecentrales.

Hout als koolstof-opslag

Hout verhoudt zich op een bijzondere manier tot het klimaat. Bomen zijn namelijk een belangrijke ‘koolstofput’: ze nemen CO2 op uit de lucht en slaan de koolstof op in het hout. Zolang de koolstof in het hout zit, zit deze niet in de atmosfeer. Hergebruik en recycling van houtafval zijn daarom een belangrijke manier om de koolstof zolang mogelijk in het hout opgeslagen te houden. Behalve hergebruik en recycling kan echter ook verbranding of vergassing van houtafval voor energie de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer terugdringen, omdat het de vraag naar fossiele brandstoffen vermindert.

Het opwekken van elektriciteit of warmte met hout is onder de juiste omstandigheden duurzamer dan met fossiele brandstoffen, zodat hier onder bepaalde voorwaarden subsidie voor gegeven wordt. Dit heeft te maken met de eerder genoemde koolstofkringloop waarin bomen CO2 opnemen uit de lucht. CO2 die vrijkomt bij het verbranden of vergassen van hout is pas recent (tijdens de levensduur van de boom) uit de atmosfeer opgenomen. Dit in tegenstelling tot de miljoenen jaren oude CO2 die vrijkomt bij fossiele brandstoffen.

Daarbij is het hout in houtafval nooit gekapt met brandstof als hoofddoel, maar is het een overgebleven restproduct uit een ander gebruik. Zo leidt het gebruik van resthout onder gecontroleerde omstandigheden niet tot extra bomenkap. Als dit houtafval ongebruikt zou blijven, leidt rotting bovendien tot methaanuitstoot. Verbranding of vergassing voorkomt de uitstoot van dit krachtige broeikasgas.

Biogas uit houtafval ter vervanging van Gronings aardgas

Nu de aardgaswinning in Groningen onder druk staat wegens slinkende voorraden en toenemende maatschappelijke problemen, moet er naar alternatieven worden gekeken. Het vergassen van houtafval is een van deze alternatieven. Hoewel houtvergassing al meer dan een eeuw bestaat, krijgt deze techniek in recente jaren weer hernieuwde aandacht als vervanger van fossiele brandstoffen. Onder zuurstofarme omstandigheden wordt het houtafval (type A, B of C) tot een hoge temperatuur verhit zodat er een synthetisch biogas (syngas) ontstaat. Dit biogas kan vervolgens worden ingezet voor uiteenlopende toepassingen, waaronder het opwekken van warmte en elektriciteit.

Bij dit proces is de uitstoot van schadelijke stoffen vergelijkbaar met die van een aardgascentrale (dus beperkt) en wordt tegelijk methaanuitstoot door rotting voorkomen. Ook in vergelijking met andere duurzame manieren van energie opwekken geldt houtvergassing als een belangrijk alternatief voor het opwekken van warmte, omdat windmolens en zonnepanelen hier niet geschikt voor zijn.

Daarbij biedt vergassing van houtafval de mogelijkheid om grondstoffen als waterstof of koolstofdioxide uit het biogas te winnen. De chemische industrie haalt nu bijvoorbeeld nog veel waterstof uit aardgas. Met enige aanpassingen kan het biogas in de bestaande Nederlandse gasinfrastructuur worden ingepast, en fossiele brandstoffen zoals aardgas uit Groningen vervangen op gebieden waar andere duurzame (energie)bronnen nog geen alternatief kunnen bieden.

Imagecredit: Harishan Kobalasingam, via Unsplash Public Domain

You may also like...