PBL: Klimaatdoel Rutte III binnen handbereik met plannen Rutte IV

Gaetano Cessati, via Unsplash Public Domain
Opnieuw relevant: 23 december 2021 | Oorspronkelijk gepubliceerd: 15 december 2021

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) raamt in een eerste voorzichtige reflectie op het coalitieakkoord van Rutte IV een CO2(eq)-reductie van 47 tot 60% in 2030, bij uitvoering van de maatregelen in het akkoord. Om het klimaatdoel van Rutte IV (60% reductie) waar te maken, moet tot aan 2030 dus echt alles meezitten. Ten opzichte van de Klimaat- en Energieverkenning van oktober (KEV 2021) is met het nieuwe coalitieakkoord wel een grote stap gemaakt. In de KEV gaf het PBL voor 2030 nog een reductiebandbreedte van 38-48%, onvoldoende om het klimaatdoel (49%) van Rutte III te halen. Met de plannen van Rutte IV lijkt het behalen van dat oude klimaatdoel uit 2017 dus een zekerheidje. En dat toont de winst die Rutte IV wel degelijk boekt: 47-60% is ondanks alle onzekerheden een grote stap ten opzichte van 38-48%. Hieronder mijn eigen reflectie op het coalitieakkoord van 15 december 2021.

Rutte IV: Geen zonneparken, extra tussendoelen en ooit kernenergie

De coalitie VVD, D66, CDA en ChristenUnie trekt ruim geld uit voor energie- en klimaatdoelen, maar maakt het behalen daarvan nog lastiger dan het al was. De ruimte voor zonneparken en windturbines op land wordt verder ingeperkt. 

Drie concrete tussendoelen op CO2

Rutte IV scherpt de klimaatdoelen flink aan en legt een CO2-reductie van 55% in 2030 (t.o.v. 1990) vast in de Nederlandse Klimaatwet. Deze 55% is een ondergrens, de coalitie streeft naar 60% minder CO2 in 2030.

Ook voor de jaren daarna zijn doelen opgenomen in het coalitieakkoord. In 2035 moet ten opzichte van 1990 een reductie van 70% bereikt zijn, in 2040 loopt dat op naar 80%. Daarmee doet Nederland qua klimaatambitie weer mee in de Europese top. De uitdaging is de uitwerking en uitvoering van de ambities. De coalitie in zelfde samenstelling stelde zich in 2017 ten doel van 49% CO2-reductie te boeken voor 2030. Dat was na ruim een halve kabinetsperiode polderonderhandelingen nog niet binnen bereik. Nu is er met nog krap 9 jaar te gaan in alle sectoren samen zo’n 30 megaton extra CO2-reductie begroot.

Hieronder per sector de (in de bijlage van) het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst‘ genoemde extra CO2-reductie, en de belangrijkste maatregelen om dat te bereiken.


Energiemix | Extra reductie-indicatie: 0,5 tot 2 megaton CO2

  • Klimaat- en transitiefonds. De coalitie trekt €35 mrd extra uit voor investeringen in energie-infrastructuur. Er komt wetgeving gelijkend aan de crisis- en herstelwet om de te traag opgestarte verzwaring van elektriciteitsnetten te versnellen. Een deel van het fonds is bestemd voor buisinfra (warmte, waterstof en CO2) en de rest gaat naar verduurzaming in industrie en gebouwde omgeving;
  • Inperking zon, wind en biomassa. Er komen ‘heldere afstandsnormen’ voor windparken, grondgebonden zonneparken zijn alleen nog toelaatbaar bij dubbelgebruik van de grond (landbouw, parkeerplaatsen, rijksgrond). Biomassa was al uit de gratie voor elektriciteitsproductie maar is ook voor warmte geen optie meer;
  • Kerncentrales. Er was onder Rutte III al van alles verkend en dat zet Rutte IV door. De coalitie zet in op twee kerncentrales, maar dat klinkt concreter dan het lijkt. Hoeveel reactoren, hoeveel vermogen, waar en wie betaalt is allemaal nog nader te bepalen. Misschien dat het deze kabinetsperiode tot een tender komt, misschien niet;
  • Gascentrales. In de bijlage wordt gesproken over CO2-vrije gascentrales. Dat zal gaan om waterstof en/of CO2-opslag.

Alle voor de elektriciteitssector voor 2030 beoogde extra CO2-reductie komt voor rekening van de – verder in het geheel niet beschreven – CO2-vrije gascentrales. Kernenergie doet op deze termijn nog niets en alle inspanningen op het vlak van de Regionale Energiestrategieën lijken door de nieuwe belemmeringen voor wind en zon op land eerder minder dan meer CO2-reductie op te leveren. In de praktijk zal vooral een (al eerder aangekondigde) uitbreiding van wind op zee het gat dichtlopen.


Industrie | Extra reductie-indicatie: 5 tot 6 megaton CO2

  • CO2-heffing. Net als de nieuwe Duitse regering kiest Rutte IV voor een bodem in de Europese CO2-handel. Daaraan wordt in de bijlage liefst 4 megaton CO2-reductie toegerekend;
  • Bindende afspraken. De 10 tot 20 grootste industriële bronnen van CO2 krijgen beschikking over nieuwe infrastructuur in ruil voor maatwerkafspraken op CO2-reductie. Elektrificatie van de industrie wordt niet genoemd maar zal voor de elektriciteitssector een grote uitdaging vormen. Hetzelfde geldt voor waterstofplannen, die ook niets concreter worden;
  • Handhaving. Voor kleinere bedrijven wordt enige CO2-reductie voorzien door handhaving op energiebesparingsplicht en projecten in het kader van de circulaire economie;
  • CO2-opslag. De ruimte voor CCS wordt vergroot, maar in de bijlage is de daaraan gekoppelde reductie op 0 gezet. Vreemd;

Met de stok van de CO2-heffing achter de deur gaat de coalitie opnieuw proberen om de industrie te motiveren versneld te verduurzamen. Hier dreigt een herhaling van ophef en zetten uit het Klimaatakkoord, met opnieuw onbevredigend resultaat.


Gebouwde omgeving | Extra reductie-indicatie: 7 megaton CO2

  • Bijmengen groen gas. Bijna 3 megaton CO2-reductie komt voor rekening van het bijmengen van groen gas. Waar dat gas vandaan komt, wordt niet beschreven;
  • Hybride aardgasketels. Zoals verwacht verschuift de focus van aardgasvrij naar isolatie en hybride warmtepompen, samen moet dat zo’n 2 megaton extra reductie leveren;

Waar de gebouwde omgeving onder het klimaatakkoord nog een kleine opgave had, moet de meeste extra CO2-reductie volgens Rutte IV uit onze gebouwen komen. De gebouwde omgeving lag ondanks de geringe opgave en alle inspanningen rond het klimaatakkoord, warmtevisies en wijkplannen nog bepaald niet op schema. Dat het kabinet een nieuwe weg inslaat, is geen verrassing. Reden om nu optimistischer te zijn zie ik niet.


Landbouw en landgebruik | Extra reductie-indicatie: 6 megaton CO2

  • Stikstof. De landbouw heeft niet alleen te kampen met klimaatbeleid maar heeft ook op het vlak van stikstofdepositie een grote reductieopgave. De stikstofmaatregelen leiden volgens de bijlage óók tot 5 megaton CO2-reductie;
  • Glastuinbouw. Afbouw van de belastingkorting op aardgasgebruik in kassen moet 2 megaton CO2-reductie leveren;

Het woord veestapel is door het CDA vakkundig buiten het coalitieakkoord gehouden, en komt dus ook niet voor in combinatie met termen als reductie, afbouw of halvering. De voor de sector gereserveerde €25 mrd zal dus wel niet opgaan aan het uitkopen van veebedrijven. Zowel qua stikstof als klimaat onhandig. Hier had de coalitie positief kunnen verrassen. Niet gelukt.


Mobiliteit | Extra reductie-indicatie: 3 tot 4 megaton CO2

  • Rekeningrijden. De motorrijtuigenbelasting wordt afhankelijk van het gereden aantal kilometers per jaar. Uitgelekt was al dat deze vorm van rekeningrijden pas na deze kabinetsperiode van kracht wordt. Toch moet juist deze maatregel de grootste reductie leveren: 2,5 megaton;

Overige reductie in mobiliteit komt voor rekening van extra biobrandstof en inzet op emissievrije logistiek. Ook gaat Rutte IV in Europa nog eens het gesprek aan over de luchtvaart, maar dat valt buiten de Nederlandse reductie-opgave.


We gaan het eens even helemaal anders doen

Rutte IV geeft toe aan de weerstand tegen biomassa, wind- en zonneparken op land en aardgasvrije renovaties. Politiek de veilige weg, qua klimaatresultaat een gevaarlijke ontwikkeling. Zorgelijk is ook dat niet onderkend is dat voor het behalen van alle aangescherpte doelen voor 2030 heel veel extra emissievrije elektriciteit nodig is. Het kabinet maakt het juist moeilijker om elektriciteit op te wekken. En door geen extra CO2-reductie te koppelen aan extra CO2-opslag, is ook die hete aardappel doorgeschoven naar de minister van Energie en Klimaat, die er straks over gaat.

De onderhandeling begint pas, opnieuw

In de gebouwde omgeving gaan we van maatwerk naar normering, bij wind en zon op land lijkt alles na grote regionale inzet nu op losse schroeven te staan en in de industrie schuift een algemene aanpak juist naar maatwerk.

In reactie op van alles dat de afgelopen 4 jaar moeilijk bleek, doet Rutte IV van alles anders dan Rutte III. Dat is op het vlak van klimaatbeleid, waar stabiel beleid voor de lange termijn een must is, niet direct een aanbeveling. En een dun regeerakkoord is het niet geworden, uitgewerkt zijn de aanpassingen en toevoegingen op klimaat echter ook nauwelijks. Op alle niveaus zal opnieuw onderhandeling, afstemming en uitwerking nodig zijn. Ambtenaren, wethouders, energiecoöperaties en duurzaamheidsverantwoordelijken binnen het bedrijfsleven hebben jaren hard gewerkt om de klimaatplannen van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie te implementeren. Zij zullen de motivatie moeten vinden om een deel van dat werk als verloren te zien, en opnieuw jaren te werken om de gewijzigde klimaatplannen van VVD, D66, CDA en ChristenUnie te implementeren.

Er staan mooie nieuwe aanknopingspunten in het akkoord, maar invoeren daarvan zal opnieuw stroef verlopen. Klimaatbeleid is niet makkelijk, het is een kwestie van lange adem. Goed is dat de ambitie is hoger en concreter is, en de urgentie weer veel duidelijker dan 4 jaar geleden. Maar ambitie verhogen mag geen truc zijn om gebrek aan concreet beleid te maskeren. De tijd van voorruitkijken op klimaat had voorbij moeten zijn, we hadden al moeten handelen. Laten we hopen dat Rutte IV – als het onvermijdelijk ergens opnieuw tegenzit – de nieuwe plannen wél doorzet. Als het wispelturig blijft, helpt een tot 60% aangescherpte ambitie voor 2030, een klimaatfonds van €35 mrd of een eigen minister weinig.


Bron: Coalitieakkoord 2021 / Imagecredit: Gaetano Cessati, via Unsplash Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...