Mooi dat de groenen volharden in de strijd tegen kernenergie

Anne Nygård, via Unsplash Public Domain

Deze column verscheen eerder in het juninummer van technologietijdschrift De Ingenieur.


We hebben het aan volhardende milieuorganisaties te danken dat natuurwater weer schoon genoeg is om in te zwemmen, dat de walvispopulatie stabiliseert en dat er geen lood meer in benzine zit. Dankzij statiegeld is de berm vrij van frisdrankflessen en dankzij vroege stimulering concurreert wind op zee nu subsidievrij met kolencentrales.

Niemand mist troep in de rivier, lood in benzine of flessen in de berm. Toch is effectief milieubeleid nooit zonder politieke twisten ingevoerd. Vertragende argumenten klonken daarbij keer op keer hetzelfde: emissiegrenzen jagen werkgelegenheid de grens over; een emeritushoogleraar stelt dat walvissen juist baat hebben bij de jacht; milieubeleid is betuttelend en subsidies verstoren de vrije markt.

Als je al jaren niets meer hoort over een milieuthema, is dat meestal omdat tegenstanders van milieubeleid lang geleden hebben aangevoeld dat hun initiële standpunt echt onhoudbaar was geworden. Geen voorvechter van de vrije markt pleit nu nog voor lood in benzine. Geen kabinet zette ooit zo sterk in op offshore wind als Rutte III en IV.

Ondertussen herhaalt de geschiedenis zich rond ‘nieuwe’ milieuthema’s, zoals Schiphol, stikstof en kernenergie. Bij de eerste twee nemen de bekende kampen de voorspelbare standpunten in. Kernenergie is echter een bijzonder geval. Net als windparken veroorzaken kernreactoren veel minder schadelijk afval dan kolen- en gascentrales. Toch moeten juist de groenen niets van kernenergie weten.


Geen enkele voorvechter van de vrije markt pleit nu nog voor lood in benzine.


De geschiedenis leert dat liberalen niets liever doen dan campagne voeren vóór zaken die de milieuorganisaties en GroenLinks tegenstaan, en dat klopt ook hier. De voorvechters van de vrije markt willen juist heel graag meer kernenergie. Opiniemakers en liberale politici kregen er tijdens recente verkiezingscampagnes geen genoeg van om te benadrukken hoe tegenstrijdig het is om voor CO2-reductie maar tegen kernenergie te zijn. De VVD wil zelfs zo graag kernenergie dat de partij bereid is miljarden aan subsidie voor de bouw van nieuwe kernreactoren uit te trekken.

Zo ontstaat langzaamaan het beeld dat liberale partijen zelfs nog verder willen gaan in de beheersing van klimaatverandering dan de traditionele groene partijen. En dat is prachtig. Juist door zelf eens een onhoudbaar standpunt in te nemen, hebben de groenen het enthousiasme voor kernenergie extra aangewakkerd. Als kernenergie eind deze eeuw een serieuze rol speelt in onze energievoorziening, hebben we ook dat voor een belangrijk deel te danken aan volhardende milieuorganisaties.

Dat de traditionele tegenstanders van subsidie bereid zijn om miljarden belastinggeld in een effectieve klimaatoplossing te steken, toont ondertussen dat liberale partijen het belang van klimaatbeleid eindelijk voluit erkennen. Dat maakt het voor de VVD knap ingewikkeld om in de toekomst toch weer met een strak gezicht te ageren tegen (nog) effectievere klimaatmaatregelen, zoals verplichte energiebesparing in de industrie, krimp van Schiphol of een vleestaks.

Je zou haast denken dat er groene opzet in het spel is. En ook al is dat niet aan de orde; milieuorganisaties die aanvoelen dat hun initiële standpunt over kernenergie nu echt onhoudbaar is geworden, zijn vrij om alsnog triomfantelijk te claimen dat het allemaal inderdaad een list was.



Imagecredit: Anne Nygård, via Unsplash Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...