Iedereen wil groene waterstof, maar waar blijven de elektrolysers?

Willem-Alexander giet een gieter leeg in een doorzichtige buis, via Gasunie

In Nederland en ook in de rest van de wereld is er al enkele jaren veel interesse in en ambitie met waterstof. Het populairst is hernieuwbare waterstof, geproduceerd uit water in een elektrolyser die draait op (overtollige) wind- en zonnestroom. 

Meer of minder dan één windturbine aan elektrolysers?

In juni 2019 nam Koning Willem-Alexander in Veendam een elektrolyser van 1 megawatt (MW) officieel in gebruik. In maart 2022 volgden zonneparkontwikkelaar Groenleven en netbeheerder Alliander met een elektrolyser van 1,4 MW in Oosterwolde.

Grotere elektrolysers voor waterstofproductie zullen er in Nederland waarschijnlijk nog niet staan. Kleinere ongetwijfeld wel, in laboratoria en bij enkele waterstoftankstations. In totaal gok ik dat Nederland nu over zo’n 5 MW aan productiecapaciteit voor (groene) waterstof beschikt. Een moderne windturbine voor windparken op land levert bij goede wind ongeveer 5 megawatt aan vermogen. Eén zo’n windturbine zou dus in zijn eentje alle elektrolysers in Nederland bezig kunnen houden.


Acht jaar lang elke dag twee keer een feestelijke opening

Schier-onhaalbaar doel verdubbeld

Het bescheiden geïnstalleerde vermogen aan elektrolysers staat in schril contrast met de hoogdravende waterstofambities die door de politiek en het bedrijfsleven zijn uitgesproken de afgelopen jaren.

In de week dat Willem-Alexander namens Gasunie de elektrolyser in Veendam opstartte, presenteerde het Kabinet Rutte III in juni 2019 ook het Nederlandse klimaatakkoord. Daarin onder meer het doel om in 2030 liefst 3.000 tot 4.000 MW elektrolyse te bedrijven in Nederland. In de drie jaar die verstreken sinds het vaststellen van dat doel, geldt de 1,4 MW sterke elektrolyser in Oosterwolde als belangrijkste wapenfeit. Daarmee is helder dat het nog niet echt opschiet met onze waterstofeconomie.

Dat weerhield regeringspartijen VVD en D66 er niet van om er juist nog een schep ambitie bovenop te gooien. Kort na de opening van de elektrolyser in Oosterwolde riepen zij op om in 2030 niet 3.000 of 4.000 MW maar liefst 8.000 MW aan elektrolysers operationeel te hebben. Uitgaande van bijna niets nu en nog 8 jaar tot eind 2030 betekent dat dat we vanaf vandaag tot december 2030 elke dag zeker 2 keer een elektrolyser zoals in Oosterwolde feestelijk moeten openen.


Een groeiend gat tussen hype en praktijk, en niet alleen in Nederland

Nothing but groot, groter, grootste intenties

Natuurlijk moet de waterstofproductie het niet enkel van installaties van 1 MW hebben. Installaties die tientallen tot zelfs duizenden keren groter zijn, zijn door verschillende marktpartijen al aangekondigd. Onder meer voor de de Maasvlakte, in Groningen en Zeeland.

Nederland was er in verband met de onderhandelingen voor het Klimaatakkoord vroeg bij maar staat inmiddels zeker niet alleen in de waterstofhype. Op alle continenten zijn inmiddels partijen actief die er geen genoeg van krijgen om persberichten voor megalomane waterstofprojecten uit te sturen, van 25.000 MW in Oman tot zelfs 60.000 MW in Texas.

Het betreft echter nog altijd intentieverklaringen. Nooit investeringsbeslissingen en al helemaal geen feestelijke openingen van daadwerkelijke waterstoffabrieken. Qua daadwerkelijke elektrolysers blijft het vooralsnog hangen in exemplaren van 10 tot misschien 30 MW, met één uitschieter naar 150 MW in China. De grootste elektrolyser ooit stond in Noorwegen en was met 167 MW nog net iets groter. Dit exemplaar is echter in 1988 gesloten, ver voordat groene waterstof hip was.


Het is onderhand toch wel tijd om voorzichtig op te schalen

In de afgelopen jaren heb ik vaak kritisch geschreven over waterstof. Hernieuwbare waterstof aanprijzen als wondermiddel voor de energietransitie in de gebouwde omgeving en mobiliteit is en blijft beroerd. Op enorme schaal elektrolyse bedrijven voordat er voldoende hernieuwbare elektriciteit operationeel is, is en blijft beroerd.

Bijna niets is zonder twijfel veel te weinig

Nederland is en blijft een onlogische locatie voor grootschalige productie van hernieuwbare waterstof. Ook met de verhoogde ambitie op offshore wind moeten we 8.000 MW aan elektrolyse in 2030 echt niet willen.

Tegelijkertijd is er geen enkel prettig scenario denkbaar waarin we de klimaatopwarming beheersen tot maximaal 2 graden zonder een bepalende rol voor elektrolysers. Er is geen enkel prettig scenario denkbaar waarin huidige leveranciers van kunstmest, staal, plastics en vliegreizen in 2040 nog bestaan zonder een bepalende rol voor elektrolysers.

Elke multinational die nu volledig afhankelijk is van fossiele grondstoffen, weet dat hij snel en serieus aan de slag moet met elektrolyse. De productie van emissiearme waterstof is een industrie die nu nog niet bestaat. Niet al te lang na 2050 moet deze nieuwe industrie vrijwel alles dat dan nog rest van de nu gigantische fossiele sector vervangen. Babystapjes zoals bij Veendam en Oosterwolde zijn niet genoeg. Zeker niet als er drie jaar tussen zit. Het is tijd voor grotere sprongen.


Hoezo 8.000 MW in 2030? Op dit tempo halen we 800 MW niet eens

De pilots in Veendam en Oosterwolde zijn gerealiseerd op stukkies ongebruikt terrein bij respectievelijk een gasopslag van Gasunie en een zonnepark van Groenleven. Op beide locaties was al een netaansluiting geregeld, een elektrolyser op deze schaal koop je bij wijze van spreken van de plank en ook andere randvoorwaarden zijn op deze schaal nog geen groot issue.

Hoe lang van Powerpoint tot eerste tonnen waterstof?

Toch zat er bij beide projecten nog twee jaar tussen de eerste publieke aankondiging en de ingebruikname, dus zeg 3 jaar tussen de eerste interne Powerpoint en een draaiende mini-elektrolyser. Grotere projecten vergen zonder twijfel grotere ontwikkeltijd.

Gasunie en AkzoNobel kondigden in januari 2018 aan om in Delfzijl 20 MW aan elektrolysers te plaatsen. Akzo veranderde zijn naam achtereenvolgens in Nouryon, Nobian en HyCC maar nieuws over een investeringsbeslissing voor dit project heb ik nog altijd niet kunnen vinden. De huidige verwachting is dat de installatie eind 2024 draait. Shell kondigde in mei 2020 aan om in 2023 in Rotterdam een elektrolyser van 200 megawatt in gebruik te nemen, als onderdeel van de gewonnen aanbesteding voor het windpark Hollandse Kust Noord. Een investeringsbeslissing voor deze elektrolyser is voor zover ik kan vinden nog niet publiek gemaakt. De publieke deadline voor de elektrolyser is inmiddels wel opgeschoven. Eerst maar eens naar 2024.

Alle overige Nederlandse plannen voor hernieuwbare waterstofproductie op enige schaal acht ik minder concreet dan deze 2 projecten. Als de Klimaatakkoord-ondergrens van 3.000 MW in 2030 nog gehaald wordt, zou dat al een hele prestatie zijn. En 3.000 MW in 2030 is (inmiddels) toch wel passend, gegeven de 21.000 MW aan offshore wind die (inmiddels) in de pijplijn zit.


Wacht niet totdat overheden alle kosten en risico’s overnemen

Wie stopt als eerste met lafwachten?

Als je al jaren weet dat je raffinaderij, kunstmestfabriek of luchthaven geen toekomst heeft zonder hernieuwbare waterstof, is het hoog tijd om te gaan oefenen met elektrolyse.

Je gaat het niet redden zonder elektrolyse dus je moet aan de bak met elektrolyse. Dat overheden nog niet over de brug komen met subsidies, is geen excuus om te wachten met investeren. Dat Europa nog niet duidelijk heeft gemaakt op welke wijze waterstof precies meetelt als emissievrij, is ook geen excuus. Dan maar voor eigen risico. Dan maar voor eigen rekening.

Je mag nu al waterstof maken met elektriciteit. Je mag het alleen terecht niet zonder meer groen noemen. Dat maakt voor je leereffect precies niets uit. Wie nu een elektrolyser van 20 MW neerzet, heeft straks ervaren medewerkers die installaties van 200 MW veilig in bedrijf kunnen houden. Wie nu 60 MW neerzet, leert samen met aannemers en vergunningverleners wat nodig is om projecten van 600 MW zonder al te veel vertraging mogelijk te maken. Wie snel een installatie van 200 MW realiseert, doet onmisbare ervaring op om later elders in de wereld projecten van 20.000 MW tot een succes te maken.

Als de fossiele sector al 4 jaar op de trom slaat dat groene waterstof absoluut the next big thing is, maar ondanks de recente miljardenwinsten nog geen enkele oliegigant zelf eens een paar miljoen uit de de knip trekt om een beginnetje te maken, wat zegt dat dan? Is het schijterigheid? Penny wise, pound foolish-heid? Of strategie? Willen deze partijen juist blijven ouwehoeren over de waterstofrevolutie, omdat elk jaar uitstel van precies die revolutie gepaard gaat met miljardenwinsten aan olie en gas?

Hoe dan ook, wie nu voor eigen risico een bescheiden elektrolyser realiseert, maximaliseert zijn kansen op de miljarden aan subsidies die echt zullen volgen voor veel grotere projecten. Wie blijft wachten op (en drammen om) staatsteun voor de eerste tientallen MW’s en het gebrek aan lef, visie en of daadwerkelijke wil maskeert met af en toe een verse intentieverklaring, rekt misschien het lucratieve fossiele tijdperk maar sorteert ook voor om aan het eind daarvan niet meer te bestaan.


Imagecredit: Hystock opening, via Gasunie

Dit vind je misschien ook leuk...