Een Nederlandse CO2-heffing zónder weglek is onverstandig

Damon Lam, via Unsplash Public Domain

Het maakt voor het klimaat niet uit in welk land CO2 vrijkomt. Klimaatverandering is een typisch mondiaal probleem dat dus ook een mondiale oplossing behoeft. Toch is de aangekondigde nationale CO2-belasting van harte welkom.

Van bonus-maatwerk naar verstandige CO2-heffing

In reactie op de doorrekening van het Klimaatakkoord heeft het kabinet politiek vakwerk geleverd. De belangrijkste tikkende splijtzwammen, waarin de oppositie in aanloop naar de verkiezingen van 20 maart al maanden zat te peuteren, zijn door Wiebes en Rutte kordaat ontmanteld.

Vooral de vraag wie er voor het klimaatbeleid moet lappen was uitgegroeid tot een loopgravenoorlog. Oppositiepartijen aan rechterzijde slingeren met miljarden alsof het pepernoten zijn. De oppositie aan linkerzijde reduceerde het klimaatdossier tot één valse tegenstelling, tussen ‘profiterende industrie en bloedende burger’. Met de belofte te komen met een verstandige en objectieve CO2-heffing heeft de coalitie van VVD, CDA, D66 en CU een welkome wapenstilstand afgedwongen.


Nederlandse industrie heeft haar hand overspeeld

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zijn de maatregelen die het afgelopen jaar aan de industrietafel zijn bedacht goed voor een CO2-reductie van 6 tot 13,9 Mton (miljard kilo) in 2030. De forse bandbreedte geeft al aan dat het resultaat van de plannen sowieso onzeker is. Gezien de complexiteit van het dossier is dat op zich geen ramp. Als de beoogde reductie 9 of 10 Mton was geweest, had de industrie alsnog een dikke voldoende verdiend.

Gepolderd, gelobbyd, gegokt en verloren

De opdracht voor de industrie in het kader van het klimaatakkoord was echter een reductie van 14,3 Mton. Als alles goed gaat, schiet de industrie volgens het PBL nog te kort. Lullig dat dat net voor de verkiezingen uitkomt.

Het kabinet heeft van meet af aan gewaarschuwd met extra maatregelen te komen als de polder tekortschiet om de afgesproken CO2-reductie te halen. Door een plan in te dienen dat – zelfs in het meest optimistische scenario – de 14,3 Mton niet haalt, dwong de polder de politiek te komen met een extra maatregel die echt indruk maakt. Dikke bult.


Concurrentiepositie en werkgelegenheid op het spel door CO2-heffing

Natuurlijk heeft de industrie het niet makkelijk. Gedurende de totstandkoming van het klimaatakkoord heeft de industrie bij herhaling min of meer de volgende argumentatie tegen een (nationale) CO2-heffing aangehaald.

1.Industrie is per definitie energie- en grondstofintensief. De productie van staal, plastics en kunstmest krijg je niet duurzaam met een windparkje hier en wat accu’s daar. Voor serieuze CO2-reductie in de industrie zijn serieuze investeringen nodig. Een CO2-heffing gaat ten koste van die investeringen.

2.Industrie opereert per definitie internationaal. Een Nederlandse producent die de kosten van een CO2-heffing en/of de kosten van investeringen in CO2-reductie moet terugverdienen, is al snel duurder dan een Amerikaanse, Chinese of Franse concurrent die die kosten niet maakt.

3.De industrie vervuilt namens ons. Als wij consumenten stoppen met spullen kopen, stopt de industrie met spullen maken. Als de industrie geen spullen meer maakt, stoot de industrie geen CO2 meer uit. Een beter milieu begint bij onszelf. Want de grote vervuiler dat zijn wij zelf.

4.De industrie betaalt* al voor CO2-uitstoot. Binnen het Europese Emission Trading System (ETS) is uitstoot van CO2 alleen toegestaan als daar emissierechten voor worden ingeleverd. Als de Nederlandse industrie vanwege een CO2-heffing minder rechten verbruikt, blijven deze voor Europese concurrenten beschikbaar.

Dikke kans dat internationale vraag naar industriële producten niet noemenswaardig verandert in reactie op een Nederlandse CO2-heffing. Dikke kans dat de internationale markt ook met een Nederlandse heffing voor de goedkoopste producten blijft gaan. Dikke kans dus dat een Nederlandse CO2-heffing vooral resulteert in minder winst, minder omzet en zelfs banenverlies voor de Nederlandse industrie, terwijl de internationale CO2-uitstoot niet of nauwelijks verandert.

‘CO2-heffing werkt niet, of averechts’

De industrie spreekt ook wel van het waterbedeffect; De inhoud (het aantal CO2-rechten of de vraag naar producten) blijft gelijk. Als je op de ene hoek van het CO2-waterbed drukt, bulken de andere hoeken vanzelf omhoog.

De industrie gaat er tot slot prat op dat Nederlandse fabrieken tot de efficiëntste ter wereld behoren. Ervan uitgaande dat de mondiale vraag naar staal, kunstmest en olieproducten niet verandert in reactie op een Nederlandse CO2-heffing, resulteert een CO2-heffing dus mogelijk zelfs in méér CO2-uitstoot. Daarom pleit de industrie terecht voor een ‘gelijk speelveld’, een internationale markt waarbinnen de industrie overal aan dezelfde regels moet voldoen.

*Behalve elektriciteitsproducenten krijgen de ETS-plichtige bedrijven het leeuwendeel van de benodigde emissierechten gratis toegewezen. Van daadwerkelijk betalen is dus (nog) nauwelijks sprake maar ook de toegewezen en verhandelbare rechten vertegenwoordigen een waarde. 


Mondiaal dezelfde CO2-prijs, zou dat dan de sleutel zijn?

Er schort weinig aan de argumentatie van de Nederlandse industrie. Als het kabinet een nationale CO2-heffing invoert, lekt er inderdaad onvermijdelijk economische activiteit en bijbehorende CO2-uitstoot naar buiten de Nederlandse landsgrenzen. De CO2 waait vervolgens weer net zo snel over de grens terug. De economische activiteit zijn we ondertussen wel kwijt.

Klimaatbeleid is bij uitstek iets dat je internationaal regelt. Logisch dus dat bedrijven die in Den Haag pleiten om de Europese emissiehandel zijn werk te laten doen, er ook in Brussel hard aan trekken om toch ook het ETS vooral niet te streng te maken. Ook de EU heeft tenslotte grenzen waarover economische activiteit en CO2-uitstoot weg kan lekken.

Niets mis met belangenbehartiging

Het ideale gelijke speelveld omvat de hele wereld. Maar wereldwijd één CO2-prijs afspreken is een illusie. De roep om een speelveld dat voor iedereen gelijk blijft, is in de praktijk een roep om een speelveld dat niet verandert.

Een effectieve lobby tegen alles dat het gelijke speelveld verstoort, heeft zo stiekem eenzelfde effect als twijfel zaaien over klimaatverandering. Zoek daar overigens geen complot achter. Het streven naar een gelijk speelveld is volledig te billijken.


CO2-beprijzing die werkt, schaadt het belang van de huidige industrie

De lobbyist, die vaak wordt afgeschilderd als boeman, is niet het probleem. Het gaat pas mis als de politiek zich door belangenbehartigers in de war laat brengen. De argumentatie voor een gelijk speelveld is ogenschijnlijk zo sterk dat de politiek denkt het onmogelijke te moeten realiseren. Dat dreigt ook nu weer te gebeuren. Daarom vier argumenten de andere kant op.

1.In een sector die moet krimpen is het onmogelijk alle banen te behouden. Zonder industriële winning, industrieel verbruik en industriële productie van fossiele energiedragers was er geen klimaatbeleid nodig geweest. De industrie zoals we die nu kennen moet krimpen en/of rigoureus veranderden. Dat kost bestaande banen. Punt.

2.Weglek van economische activiteit is niet voor de eeuwigheid. Industrieën komen en gaan. De textielsector zijn we verloren aan lagelonenlanden, de telefooncentrale aan automatisering en de kolenboer aan de gasbel. Met Nederland gaat het desondanks beter dan ooit. Weglek is nooit statisch.

3.Weglek van CO2-reductie is niet voor de eeuwigheid. Als de CO2-uitstoot in Duitsland stijgt omdat de Duitse industrie activiteiten van de Nederlandse concurrenten overneemt, heeft de Duitse politiek een extra uitdaging. Alle landen die ons omringen hebben te dealen met hetzelfde klimaatdoel. Weglek is nooit statisch.

4.De waterbedmetafoor is schadelijk onvolledig. Hoewel het waterbedeffect het impliciet suggereert, is het doel van het ETS zeker niet het constant houden van de Europese uitstoot. De uitstoot moet naar nul. Het waterbed moet helemaal leeg. Gelukkig heeft het waterbed een ventiel. Harder duwen helpt. In welke hoek dan ook.


Zet het mes in het CO2-waterbed van de remmende voorsprong

Er is geen enkele reden om de Nederlandse industrie overhaast de nek om te draaien. We hebben de industrie ondanks haar vervuiling nog keihard nodig om een schone economie op te bouwen. Dat de oppositie de suggestie wekt dat het mogelijk is geld bij de industrie op te halen om de energietransitie voor de kiezer te betalen, is uitermate schadelijk.

Als niemand in de sloot springt, springt niemand er achteraan

Er is echter ook geen enkele reden om de industrie te blijven sparen. Als de CO2-uitstoot in 2050 netto nul moet zijn, heeft dat consequenties voor de industrie. Consequenties die de industrie niet gedwee zal ondergaan. Zelfs bedrijven die hun lot aanvaarden, zullen rekken wat niet te redden valt.

De bonus-malus zoals voorgesteld door de polder beloont de bedrijven die het best presteren in hun sector, terwijl nu al glashelder is dat hele sectoren onder de conditie van netto nul-uitstoot binnen 30 jaar praktisch moeten verdwijnen.

Het Europese emissiehandelssysteem beloont incrementele CO2-evolutie, terwijl nu al glashelder is dat het doel van netto nul-uitstoot binnen 30 jaar alleen via grote stappen te bereiken is.


Wees effectief maar rechtvaardig

Het is goed dat het kabinet de verantwoordelijkheid voor de industrie naar zich toe trekt. Nu is het zaak dit initiatief vast te houden. De belangenbehartigers hebben een slag verloren en zullen er alles aan doen om de schade te beperken. Reken de komende weken op claims dat de voorgestelde CO2-heffing zijn doel voorbij schiet en meer kwaad dan goed doet.

De lobby die hapert zet een tandje bij

Reken de komende weken op geannuleerde investeringen en dreigende massaontslagen. Dat zijn signalen waar we niet van moeten schrikken. Dat zijn signalen dat het voorgestelde klimaatbeleid werkt.

Economische activiteiten en CO2-uitstoot die in de nabije toekomst niet meer in Nederland passen, passen snel genoeg ook niet meer in de landen waar ze naar toe lekken. Als we daar niet op durven vertrouwen, heeft de energietransitie weinig zin. Het speelveld moét veranderen. Weglek is een signaal dat het speelveld verandert. Bij voldoende weglek draait de EU het ventiel van het CO2-waterbed verder open. Omdat het kan. Omdat de CO2-prijs laag genoeg blijft om dat te doen.

Weglek is een vereiste voor effectief klimaatbeleid. Maar natuurlijk blijven maatwerk en subsidies nodig. Gun de industrie die zichzelf opnieuw moet uitvinden ruimhartig de middelen om dat effectief te doen en de transitie te overleven. Gun de bedrijven voor wie er niets anders op zit dan te verdwijnen de rust en het respect dat beheerst en met opgeheven hoofd te doen. Een massaontslag dat over 30 jaar wordt uitgesmeerd, heet natuurlijk verloop.

Imagecredit: Damon Lam, via Unsplash Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...