Yara en Ørsted investeren CO2 in ontwikkeling waterstofeconomie

Ørsted/Sky Pictures

De Noorse kunstmestproducent Yara en het Deense energieconcern Ørsted zijn van plan om in Zeeland een middelgrote elektrolyser te bouwen voor de productie van waterstof. Belangrijke stap, storende duurzaamheidsclaims.

Investering op de juiste schaal

Op voorwaarde van het beschikbaar komen van subsidie bouwen Yara en Ørsted in Sluiskil een elektrolyser van 100 megawatt. Groot genoeg om de waterstof voor jaarlijks 75.000 ton ammoniak te leveren.

“Groene ammoniak is de meest veelbelovende waterstofdrager voor verschillende energietoepassingen, zoals koolstofarme scheepsbrandstof en een duurzame voedselproductie”, zegt Terje Knutsen, Head Farming Solutions bij Yara. “De samenwerking met Ørsted is een belangrijke stap om de strategische ambities van Yara waar te maken.”

De intentie is om de elektrolyser in 2024 of 2025 in bedrijf te nemen. Dan levert hij zo’n 10% van het waterstofverbruik van de grootste ammoniakfabriek in Sluiskil. Subsidieverstrekking in 2021 is een voorwaarde.


Geen groene waterstof in 2025, maar een investering in groene waterstof

Ook Yara en Ørsted presenteren elektrolyse in dit persbericht helaas als een technologie die direct CO2 bespaart. “Het project zorgt voor een potentiële CO2 besparing van 100.000 ton, wat overeenkomt met het van de straat halen van 50.000 conventionele auto’s.” Helaas, dat zal in 2025 zeker nog niet het geval zijn. In 2030 ook niet.

Noem CO2-beestjes bij hun naam

Het extra stroomverbruik van de elektrolyser zal juist resulteren in extra CO2-uitstoot. In 2025 is de Nederlandse elektriciteitsproductie nog verre van schoon, en de beoogde elektrolyser trekt gewoon elektriciteit van het net.

De waterstoffabriek waarmee Yara in Sluiskil vandaag haar waterstof produceert, direct uit aardgas, is qua CO2-uitstoot nog jaren duurzamer dan een elektrolyser. Deze conventionele fabriek stoot per ton geproduceerde waterstof zo’n 9 ton CO2 uit, de elektrolyser ruim 20 ton. Ruim het dubbele dus. Verre van groene waterstof, kortom.

Ervan uitgaande dat Ørsted voor de geclaimde 100.000 ton CO2-reductie (foutief) aanneemt dat de uitstoot van de conventionele fabriek voor hetzelfde volume geproduceerde waterstof volledig vervalt, rekent Ørsted bovendien met continue productie van de elektrolyser van 100 megawatt. Dat kan sowieso nooit op elektriciteit uit het windpark Borssele.


Subsidieverstrekking in 2021 is allerminst zeker

Het is precies vanwege deze bezwaren dat de Europese Commissie Nederland heeft verboden om projecten met elektrolyse te subsidiëren als projecten die CO2-uitstoot beperken. Wonderlijk dat Ørsted daaraan in dit persbericht volledig voorbijgaat.

Het is echt belangrijk om in elektrolyse te investeren. Ooit is alle elektriciteit op het net wel emissievrij. Dan moeten elektrolysers van meerdere gigawatten betaalbaar zijn. Tot die tijd vergt de ontwikkeling van de techniek naast subsidie helaas óók extra CO2-uitstoot. Geen doorslaggevende reden om geen elektrolysers te bouwen. Maar wees er eerlijk over. Nu extra CO2 uitstoten is nodig om in de toekomst volledig CO2-neutraal te kunnen produceren. Dat is de deal met waterstof.

Claim geen 100.000 ton CO2-reductie, terwijl je juist 100.000 ton extra CO2-uitstoot veroorzaakt. Voor je eigen bestwil.


Bron: Ørsted/Sky Pictures / Imagecredit: Ørsted/Sky Pictures

Dit vind je misschien ook leuk...