Olympische Spelen Tokyo op waterstof, uit Australische kolenmijn

Sam Balye, via Unsplash Public Domain

Begrijp me goed, ik zou graag wat minder vaak en wat minder zuur schrijven over waterstof. Er is alleen zo vaak aanleiding om zuur te schrijven over waterstof. Het epicentrum van het waterstofenthousiasme is daarop helaas geen uitzondering.

Showcase van vooruitgang

In docu’s en op conferenties over waterstof geldt Japan als lichtend voorbeeld. Japan loopt zo ver voorop dat het een groot evenement als de olympische spelen al in 2020 op het gas van de toekomst laat draaien.

Daarmee passen de eerstvolgende zomerspelen in een lange traditie van nationale trots. Elk organiserend land grijpt de spelen aan als showcase van de knowhow, innovatie en het vakmanschap dat het betreffende land te bieden heeft. Japan heeft veel te bieden: robots, 5G-netwerken, zelf-rijdende auto’s, windturbines, hogesnelheidstreinen, vertaalcomputers. En dus ook waterstoftechniek.

Olympisch dorp, bussen en de olympische vlam op waterstof

De Japanse industrie heeft met Toyota, Kawasaki, Mitsubishi, Honda, Marubeni, Hitashi en Sumitomo een groot aantal conglomeraten die al jaren eensgezind in de waterstofeconomie geloven. De Spelen in Tokyo zijn voor deze industriële giganten en de Japanse overheid een prachtig podium om de mogelijkheden van waterstof aan de hele wereld te tonen.

De elektriciteit en warmte voor het olympisch dorp wekt Tokyo op met brandstofcellen op waterstof, waterstofbussen en -taxi’s brengen atleten en publiek op hun plek en natuurlijk mag ook de olympische vlam op waterstof niet ontbreken. Daarmee lijkt Tokyo een gooi te doen naar de titel ‘duurzaamste spelen ooit’. Ook al zo’n mooie olympische traditie.

Uitsluitend groene waterstof in 2020 niet haalbaar

Alleen, net zoals voor eigenlijk elke toepassing van waterstof, geldt ook in Tokyo; Waterstof verbruiken is het probleem niet. De duurzame waterstof om bussen, taxi’s en het olympisch dorp over de duur van de spelen draaiende te houden, moet er wel zijn.

Schoorsteen van de zomerspelen staat ruim 5.000 kilometer verderop

Het lijkt er niet op dat het komend jaar al lukt om genoeg hernieuwbare (groene) waterstof te produceren voor de olympische spelen. Dat is op zich geen probleem. Ook waterstofproductie uit aardgas met CO2-opslag (blauwe waterstof) zou al een mooie stap richting een duurzaam event zijn. Zelfs waterstof uit aardgas zonder CO2-afvang en opslag (grijze waterstof) zou nog te billijken zijn, als showcase.

Japan pakt het echter wel heel spectaculair aan. Het land gaat per schip vloeibare waterstof importeren uit Australië. In samenwerking met onder andere de Australische staat Victoria en Shell bouwt Kawasaki bij een dagbouwmijn in Latrobe Valley een fabriek die bruinkool omzet in vloeibare waterstof. Bruinkool is het gekke broertje van steenkool. Het bevat minder energie maar bij de verbranding komt er meer CO2 vrij dan bij het toch al niet te frisse ‘gewone’ steenkool.

Misschien niet de groenste spelen ooit

Ook als je er waterstof van maakt, is bruinkool troep. Met elke ton geproduceerde waterstof komt liefst 33 ton CO2 vrij. Voorlopig is alleen nog maar voorzichtig gesproken over de afvang en opslag daarvan.

De eerste scheepslading van de Australische waterstof komt naar verwachting net voor de zomerspelen aan in Japan. Hierbij is zeker nog geen sprake van CO2-opslag. Hoewel het (voor zover ik kan overzien) slechts om enkele tonnen waterstof gaat, komt dit project de ambities om de duurzaamste spelen ooit te zijn zeker niet ten goede.

Kan bruinkool concurreren met aardgas voor blauwe waterstof?

Na de spelen hopen Kawasaki, Victoria en andere partners het project op te schalen om vanaf 2030 jaarlijks 660.000 ton bruinkoolwaterstof van Australië naar Japan te verschepen. Zonder CCS is dat goed voor 22 megaton CO2-uitstoot. Ter referentie; Het Nederlandse Klimaatakkoord heeft als doel om de Nederlandse CO2-uitstoot met 49 megaton te reduceren.

Jaarlijks 22 megaton

CO2-opslag is prijzig en bij de productie van waterstof uit bruinkool komt drie keer zoveel CO2 vrij als bij de productie van waterstof uit aardgas.

Met $ 30-60 per opgeslagen ton CO2 gaat dat hard. Daarbij is aardgas wel duurder dan bruinkool, maar is het weer flink taai om waterstof over zee te transporteren. Aardgas is vaak al dicht bij de waterstofverbruikers voor handen en ook daar met CCS in waterstof om te zetten. Al met al is het knap complex om bruinkool als CO2-vrije waterstof te vermarkten.

Hopelijk rekent het consortium de plannen dus nog eens serieus door, met reële kosten voor CCS. Liefst voordat het (alvast) de kolenvergasser, de fabriek die de waterstof vloeibaar maakt en de schepen die de vloeibare waterstof exporteren bestelt. Het zal niet de eerste keer zijn dat een kolenproject wordt doorgedrukt op basis van halfzachte intenties voor CCS.

Imagecredit: Sam Balye, via Unsplash Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...