Neem onderzoek naar laagfrequent geluid bij windparken serieus

Ansgar Scheffold, via Unsplash Public Domain

In gesprek over windparken in de regio komt vroeg of laat de term laagfrequent geluid op tafel. Een groep mensen claimt gezondheidsklachten als gevolg van laagfrequent geluid, een andere groep heeft moeite deze klachten serieus te nemen. 

Onhoorbaar en ongrijpbaar

De minimale afstand tussen windturbines en woningen is in Nederland bepaald door grenzen aan (hoorbaar) geluid – gemeten op de gevel van woningen – en bewegende slagschaduw – gemeten op ruiten.

Deze grenzen beschermen omwonenden tegen (bekende) schadelijke effecten én tegen hinder groter dan de wetgever acceptabel acht. Dat laatste is nadrukkelijk een afweging, tussen voorkomen van ongemak in het belang van individuen en de productie van hernieuwbare energie in het algemeen belang. Energieproductie, duurzaam of fossiel, geeft altijd ergens hinder. Beschikbaarheid van energie is te belangrijk om alle denkbare hinder van energieproductie overal uit te bannen.


Een woord vooraf

Eerder dit jaar betoogde ik dat ‘een windpark in uw gemeente niet het eind van de wereld is‘. Onbekenden hebben dit artikel op groot formaat in Amsterdam opgehangen. Ik waardeer de waardering maar was hierover liever vooraf geconsulteerd. Ik kom graag in contact met de maker. In reactie op dit betoog en naar mijn inschatting ook in reactie op de poster is mij door tegenstanders van (beoogde) windparken bij herhaling verweten dat ik de hinder als gevolg van laagfrequent geluid bagatelliseer. Daarom deze follow-up. 

Als energie-ingenieur ben ik nadrukkelijk geen medisch expert en het moge duidelijk zijn dat ik voorstander ben van windenergie. Op beide gronden mag u mijn analyse naar believen ter zijde schuiven. Gezondheid is echter ook voor mij een groot goed. Ik heb mijn best gedaan om in dit artikel een eerlijke weergave van de problematiek te geven. Als u meent dat ik inhoudelijk de mist in ga zou ik het waarderen als u uw best doet mij duidelijk te maken op welk aspect ik de mist in ga. Terechte correcties zal ik honoreren. 


Onhoorbaar lage tonen die kilometers van een (sterke) bron meetbaar zijn

Naast hinder van slagschaduw, hoorbaar geluid en veranderend uitzicht wordt in campagnes tegen plannen voor windparken vaak ook infrasoon geluid aangehaald. Dit betreft geluid met een onhoorbaar lage frequentie, lager dan 20 Hertz.

Net als hoorbaar geluid verspreidt ook infrasoon geluid zich als drukgolven door de lucht. Net als hoorbare tonen weerkaatsen ook onhoorbare geluidsgolven op gebouwen en ander harde oppervlakken. Vanwege de wetten van de natuur dempen tonen met een hoge frequentie sneller uit dan lage tonen. Daarom hoor je vooral de bas als de buren een feestje hebben. De onhoorbaar lage tonen dragen het verst van allemaal.

De meeste bronnen van infrageluid genereren een spectrum aan tonen. Bekende bronnen van infrasoon geluid zijn ook bekende bronnen van hoorbaar geluid: wegverkeer, binnenvaart, treinen en vliegtuigen, onweer, golven op de kust, wasmachines, airconditioners, festivals en inderdaad ook windmolens. Omdat infrasoon geluid niet hoorbaar is, kilometers ver draagt en kan weerkaatsen, is het lastig om een ‘ontvangen’ infrageluidsgolf te koppelen aan een specifieke bron.


Geluiden kunnen gevaarlijk, ongezond en hinderlijk zijn

Hoorbaar geluid kan tot gezondheidsklachten leiden. Bekend is schade aan het gehoor door bijvoorbeeld luide muziek op koptelefoons of lawaai in productieomgevingen. Hoorbaar geluid dat niet voldoende krachtig is voor gehoorschade kan bij onverantwoord hinderlijk lange blootstelling ook klachten veroorzaken: concentratieverlies, slapeloosheid, verhoogde bloeddruk en zwaardere klachten die weer het gevolg zijn van voorgenoemde klachten.

Gereguleerd en ongereguleerd geluid

Mede hierom stelt de Nederlandse wet een – veilig geacht – maximum aan de (hoorbare) geluidsdruk van onder andere bouwgeluid, popfestivals, snelwegen, luchthavens en windturbines.

Op andere geluidsbronnen is het moeilijker om beleid en/of handhaving in te stellen. Ook dit geluid kan hinderlijk, ongezond of zelfs gevaarlijk zijn. Hoe hard iemand zijn muziek op de oordopjes zet is een eigen verantwoordelijkheid. Als de buren van harde muziek houden of een blaffende hond hebben, moeten ze het vrij gek maken wil de politie optreden. Huilbabies, triggerhappy autoalarmen, knetterende brommers van krantenbezorgers of snurkende partners zijn überhaupt niet te reguleren. Ondanks gebrek aan regelgeving kunnen ook deze geluidsbronnen funest zijn voor de nachtrust.

Specifieke regelgeving om blootstelling aan laagfrequent geluid te begrenzen is er (nog) niet in Nederland. Dat betekent niet – zoals bij autoalarmen of huilbabies – dat Nederlanders geen bescherming tegen infrageluid genieten. Hoge geluidsdruk in het laagfrequente spectrum produceren zonder óók hoorbaar lawaai te veroorzaken is tenslotte moeilijk. Regelgeving voor hoorbaar geluid beschermt ons daarom in de praktijk automatisch ook tegen veel bronnen van infrasoon geluid.


Windparken als nieuwe bron van hoorbaar en laagfrequent geluid

Langjarige ervaring met windenergie

Zeker is dat nieuwgebouwde windparken een nieuwe bron van geluid vormen. Ook zeker is dat windenergie door omwonenden van (geplande) windparken vaak gerelateerd is aan gezondheidsklachten.

Zoals in het voorgaande artikel betoogd meen ik dat het onwaarschijnlijk is dat de fysieke geluidsdruk geproduceerd door (geplande) legaal geïnstalleerde windturbines in Nederland tot aanzienlijke (verergering van) gezondheidsschade leidt:

  • Ten eerste omdat er – zoals hierboven beschreven – nadrukkelijk wetgeving bestaat om juist dat te voorkomen;
  • Ten tweede vanwege de ruime ervaring die inmiddels bestaat met windenergie. Wereldwijd zijn al decennia tienduizenden windturbines in gebruik. Inmiddels zijn dat er al jaren honderdduizenden. Al deze turbines staan in de buurt van mensen, daar is de opgewekte elektriciteit tenslotte voor bedoeld. Dat begrenst de omvang van denkbare gezondheidsschade. Zo er een ernstige directe relatie bestaat, was die hoogstvermoedelijk al duidelijk in de praktijk gebleken. Een groot aantal windpioniers in Nederland, Denemarken, Duitsland en de VS heeft jarenlang een windturbine op het erf gehad. Enkele moderne molenaars wonen nog steeds zelfs letterlijk onder hun eigen windturbine. Als dit hen schade had berokkend, hadden tenminste enkelen daarvan zich daarover inmiddels uitgesproken;
  • Een derde reden om geen al te grote effecten te veronderstellen, is dat windturbinegeluid uiteindelijk ook gewoon geluid is. We hebben als mensheid al miljoenen jaren ervaring met geluidsniveaus hoger dan het niveau waarop windenergie wettelijk begrensd is. We besturen brommers, we duwen grasmaaiers en we gebruiken afzuigkappen in de keuken die véél meer geluid produceren dan windturbines in de tuin of op de gevel mogen produceren. Als we ooit tot de conclusie komen dat het geluid zoals geproduceerd door windturbines gevaarlijk is, zijn windparken niet ons grootste probleem. Geen schipper of vrachtwagenchauffeur zou dan bijvoorbeeld zijn werk nog veilig kunnen doen;
  • Ten vierde: naar eventuele gezondheidseffecten als gevolg van windmolengeluid is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. De bulk van dergelijke studies concludeert al jaren dat omwonenden hinder rapporteren. Aanwijsbare gezondheidseffecten worden echter niet of nauwelijks gevonden.

Zoals in de wetenschap gebruikelijk is, sluiten ook wetenschappelijke publicaties over gezondheidseffecten van windturbines echter wel standaard af met de aanbeveling tot vervolgonderzoek. Bezorgde omwonenden concluderen uit dit laatste wel eens dat de wetenschap nog geen idee heeft of windturbinegeluid schadelijk is voor de gezondheid. Zij beroepen zich op het voorzorgsbeginsel; zolang niet 100% duidelijk is dat een windpark niet schadelijk is, zou je het niet moeten willen bouwen.

Een goede wetenschapper zal echter nooit met 100% zekerheid claimen dat een relatie niet bestaat. Wetenschappelijk valt niet te bewijzen dat een gesuggereerd effect niet bestaat. De wetenschap heeft echter wel een goed – en steeds beter – beeld van de mogelijke significantie van een relatie tussen windparken en gezondheid. Elk nieuwe onderzoek dat géén duidelijke relatie heeft gevonden, geeft meer aanleiding te vermoeden dat van een dergelijke relatie geen sprake is.


Nieuwe studies kunnen nieuwe inzichten brengen

In een door tegenstanders van windparken veel aangehaald artikel van maart 2018 in Medisch Contact beroept ook een huisarts uit Den Bosch zich op het voorzorgsbeginsel. In haar stuk wordt verwezen naar een groot lopend Deens onderzoek naar gezondheidseffecten. Dat onderzoek is inmiddels afgerond. Bij de VPRO (video) vertelt de Deense wetenschapper Aslak Poulsen over deze studie: Opnieuw geen duidelijke relatie tussen klachten en windturbinegeluid.

Wetenschap is van nature nooit af

De afgelopen maanden treedt audioloog en klinisch fysicus Dr. Jan de Laat van het Leids Universitair Medisch Centrum LUMC veelvuldig op in verschillende media.

Op basis van zijn nog niet gepubliceerde onderzoek* claimt hij wel een relatie te zien tussen windparken en gezondheidsklachten. De Laat richt zich specifiek op de geluidsproductie van windparken in het laagfrequente spectrum. Belangrijk daarbij is te constateren dat De Laat een relatie ziet tussen windparkgeluid, slapeloosheid, concentratieverlies en stress. Eenzelfde type klachten waarvoor in eerdere studies geen scherpe relatie werd gevonden.

Voorgaande studies hebben in het algemeen de relatie tussen de nabijheid van windparken en voorgenoemde klachten bestudeerd. Als infrageluid inderdaad een bijzondere rol speelt bij het optreden van stress of slapeloosheid nabij windparken dan had dat ook in algemenere studies naar voren kunnen komen. Anders zou het zijn geweest als De Laat een nieuwe relatie had gevonden, bijvoorbeeld een hoger aantal knieklachten of verlies van reukvermogen onder omwonenden van windparken.


*Naar ik begrijp heeft De Laat een groot onderzoek naar bestaande literatuur gedaan. Dat suggereert dat effectrelaties die in de onderliggende studies misschien niet als statistisch significant beoordeeld zijn door combineren van vele datasets alsnog significant zijn geworden. Ik ben benieuwd naar de publicatie. De media-aandacht voorafgaand daaraan vind ik wonderlijk.


Hoe verstrekkend mag toepassing van het voorzorgsbeginsel zijn?

Beschermd tegen alle onbekende risico’s?

Dat wetenschappelijke consensus op dit moment geen scherpe relatie legt tussen windturbinegeluid en gezondheidsschade bij omwonenden, sluit niet uit dat dit ooit alsnog zal gebeuren.

De kans dat nieuw onderzoek al het eerdere onderzoek weerlegt is wel gering. Pleiten om de bouw van windparken te staken op basis van het voorzorgsbeginsel is in dat licht een zwaar middel, met mogelijk verstrekkende consequenties. Impliciet is dat een pleidooi voor een moratorium op alle activiteiten waarvoor ooit een onbewezen gezondheidseffect gesuggereerd is.

In deze context kunnen we er niet omheen dat in onze maatschappij ondertussen vele activiteiten voortduren waarvoor wel glashard is aangetoond dat er sprake is van gezondheidseffecten. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat gebruik van dieselmotoren in stedelijke omgeving leidt tot gezondheidsschade. Even duidelijk is dat antibioticagebruik in de veehouderij leidt tot resistente ziektekiemen. Volle dagen zittend typen achter een bureau is ook duidelijk ongezond. Voor deze activiteiten is tot nog toe de afweging gemaakt dat het belang van respectievelijk persoonlijke mobiliteit, voedselveiligheid en productiviteit zwaarder weegt dan de gezondheidseffecten die zonder enige twijfel tot deze activiteiten zijn terug te leiden.

Nu jaren aan onderzoeken geen duidelijke relatie tussen windenergie en gezondheidsschade hebben aangetoond, ligt het niet in de lijn der verwachting dat effecten – zo die alsnog worden aangetoond – zwaarder op de volksgezondheid drukken dan uitlaatgassen, antibioticaresistentie of langdurig zittend werken. De positieve bijdrage van windenergie in het beheersen van klimaatverandering laten schieten om een eventuele – in relatie tot andere reeds stilzwijgend geaccepteerde gezondheidseffecten – bescheiden gezondheidsimpact te voorkomen, behoeft een volwassen afweging.


Neem onderzoek naar gezondheidsklachten en windparken serieus

Uitermate effectief, dus weet wat u doet

Als u meent dat ik klachten bagatelliseer mag u mij daar op aanspreken. Als ik meen dat u overdrijft hoort u dat op uw beurt van mij. Ook suggereren van zware gezondheidseffecten is niet zonder risico’s.

Claims op gezondheidsschade moet iedereen serieus nemen, altijd. Dat legt ook een zware verantwoordelijkheid op iedereen die gezondheidsschade claimt. Elke claim op gezondheidsschade kan zelfbevestigend worden. Omwonenden van een (gepland) windpark die horen dat windturbines ziekmakend zijn, kunnen zich grote zorgen gaan maken, boosheid voelen, slechter slapen of andere stressgerelateerde klachten opdoen.

Wie posters ophangt, flyers verspreidt, pseudogewichtige rapporten opstelt of social media bestookt met de heftige claim dat windparken ziekmakend zijn, neemt daarmee het risico dat ontvangers van deze boodschap klachten krijgen. Klachten vergelijkbaar met de klachten die door de afzender geassocieerd worden met windparken.

Gezondheidsclaims doen wat met mensen. Gezondheidsclaims komen aan. Gezondheidsclaims zijn daarmee een effectief instrument om mensen in beweging te krijgen tegen een windpark. Een effectief instrument ook om voorstanders van windenergie monddood te maken. Gebruik dit effectieve instrument alleen als je zeker van je zaak bent. Zeker als je een podium hebt. Weet wat je doet. Neem wetenschap serieus. Ook als wetenschap niet de gewenste antwoorden geeft.


Imagecredit: Ansgar Scheffold, via Unsplash Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...