Liever kernmacht Frankrijk als stralend gidsland in de transitie?

Willian West, via Unsplash Public Domain

De twee grootste landen van Europa verschillen op vele vlakken. Zeker ook op energie- en klimaatbeleid. Duitsland staat tot nu toe te boek als koploper in de energietransitie. Maar heeft Frankrijk niet een veel sterkere troef in handen?

Twee smaken klimaatbeleid

Wie zich vaak positief uitlaat over wind- en zonneparken, krijgt vroeg of laat de site ElectricityMap.org toegespeeld. Hier kun je per land zien hoeveel CO2 er op dat moment vrijkomt in de elektriciteitsproductie.

Als iemand de moeite neemt u deze site toe te spelen, heeft hij meestal al screenshots genomen van de productiemix in Frankrijk en in Duitsland. Doorgaans gaat de tip om naar deze site te surfen gepaard met de boodschap: ‘Kijk dan, klimaatgekkie. Frankrijk is véél groener dan Duitsland. Ondanks miljoenmiljard euro’s steun voor Duitse zonnepanelen en windmolens is Frankrijk met driekwart van alle elektriciteit uit kerncentrales veel beter bezig qua CO2.’

Inhoudelijk is daar geen speld tussen te krijgen. De vervolgconclusie is doorgaans dat Nederland wind- en zonnestroom moet vergeten en een stuk of tien kerncentrales moet bijbouwen. Die conclusie wint de laatste jaren aan populariteit, ook bij minder hoekige persoonlijkheden. De VVD voelt dat prima aan, en poogt van kernenergie een verkiezingsthema te maken.

Traditionele tegenstanders GroenLinks en D66 hapten al direct gretig in het lokaas, waarmee kernenergie inderdaad een verkiezingsthema is geworden. Tot maart 2021 zullen we bij herhaling horen waarom Nederland niet zonder kernenergie kan, dan wel waarom kernenergie voor Nederland overduidelijk een dood spoor is. De kans op frisse nieuwe argumenten acht ik gering. Met deze analyse van de Franse elektriciteitsproductie door de jaren heen hoop ik bij te dragen aan een constructiever gesprek over kernenergie in de Nederlandse energietransitie. Want we kunnen echt veel van Frankrijk leren.


Franse elektriciteit is inderdaad véél klimaatvriendelijker

Hieronder (Figuur 1 en 2) de recente productiemix van Duitsland en Frankrijk. Inderdaad echt een wereld van verschil. Niet alleen is het aandeel elektriciteit uit fossiele bronnen in Frankrijk veel kleiner, het kleine beetje fossiele elektriciteit in Frankrijk betreft ook nog eens voornamelijk aardgas, waar in Duitsland het zwaartepunt in 2019 nog altijd bij veel vuilere bruinkool lag.

Een orde schoner

Als gevolg van het gigantische verschil in de productiemix is de elektriciteitsproductie in Frankrijk een orde minder CO2-intensief.

In Duitsland komt er per kilowattuur elektriciteit grofweg 450 gram CO2 vrij, in Frankrijk slechts zo’n 60 gram.

Elektriciteitsproductie Frankrijk
In 2017 (geen recentere data gevonden) produceerde Frankrijk elektriciteit met deze mix, zie figuur 1:

  • Bruinkool: –
  • Steenkool: 1,9%
  • Aardgas: 3,7%
  • Aardolie: 0,4%
  • Totaal fossiel: 6%
  • Wind, Biomassa, zon samen: 8%
  • Waterkracht: 10,4%
  • Kernenergie: 75,6%
  • Totaal emissiearm: 94%

Figuur 1 (Bron: IHS Markit)

Elektriciteitsproductie Duitsland
In 2019 (tussen haakjes 2017) produceerde Duitsland zijn elektriciteit met de volgende bronnen, zie figuur 2:

  • Bruinkool: 18,8% (24,4%)
  • Steenkool: 9,4% (15,2%)
  • Aardgas: 15,1% (8,4%)
  • Totaal fossiel: 44% (48%)
  • Wind: 20,9% (18,8%)
  • Biomassa: 7,4% (8,7%)
  • Zon: 7,7% (7%)
  • Waterkracht: 3,1% (4%)
  • Kernenergie: 12,4% (13,2%)
  • Totaal emissiearm: 56% (52%)

Figuur 2 (Bron: CleanEnergyWire)


Hoe zijn Frankrijk en Duitsland in deze situatie verzeild geraakt?

In het vervolg van dit stuk beschouw ik de geschiedenis en mogelijke toekomst van de Franse elektriciteitsproductie. Over de ontwikkeling van de Duitse elektriciteitssector schreef ik eerder deze longread: Verloopt de Energiewende echt zo beroerd?


1945 – 1973 | Oprichting EDF, groei oliegestookte elektriciteitscentrales

Figuur 3 (Bron: World Nuclear Association)

CEA. Met Henri Becquerel en de familie Curie had Frankrijk enkele van de grondleggers van het onderzoek naar radioactiviteit als inwoners. Al voor de Tweede Wereldoorlog zagen Franse pioniers kernsplijtingen als een potentiële energiebron. In oktober 1945 richt president Charles de Gaulle het Commissariat à l’énergie atomique (CEA) op om kernsplijting als energiebron aan te jagen.

EDF en GDF. Na de Tweede Wereldoorlog nationaliseert Frankrijk in 1946 honderden lokale energiebedrijfjes tot Electricité de France (EDF) en Gaz de France (GDF). Opdracht aan EDF is om de elektriciteitsproductie en netinfrastructuur na de oorlog opnieuw op te bouwen en verder uit te breiden.

Waterkracht. Frankrijk heeft mazzel met zijn bergen en altijd al een groot deel van zijn elektriciteit opgewekt uit stuwmeren. Tot medio jaren ’70 nam de capaciteit van Franse waterkrachtcentrales gestaag toe, zie figuur 3.

Steenkool. Net als veel Europese landen wekte ook Frankrijk al vroeg elektriciteit op met steenkool uit eigen mijnen. Frankrijk dekte het groeiende elektriciteitsverbruik na de Tweede Wereldoorlog tot 1960 primair met kolencentrales, zie figuur 3 en 4 samen. Aardgas en aardolie speelden een bescheiden rol.

Figuur 4 (Bron: Wikimedia)

Opkomst aardolie. In de jaren ’50, ’60 en ’70 bouwde Frankrijk enkele kolencentrales om naar aardolie en kwamen er enkele oliegestookte centrales bij. Op het hoogtepunt in 1973 was aardolie goed voor grofweg een derde van de Franse elektriciteitsproductie, zie figuur 4.

Eerste kerncentrales. In 1955 start op het Marcoulecomplex van de CEA de bouw van de eerste Franse kernreactoren. Al een jaar later komt een exemplaar met een vermogen van 2 megawatt (MW) in gebruik. In 1959 en 1960 volgen twee reactoren van 43 MW. Naar huidige maatstaven kleintjes, maar destijds een serieuze stap. Nederlands eerste kerncentrale (Dodewaard, 58 MW) kwam pas in 1969 in gebruik.

Kernwapens. In het geopolitieke spel voelde Frankrijk zich geroepen om de nucleaire expertise ook voor machtsvertoon aan te wenden. In 1960 testte Frankrijk in de Sahara zijn eerste kernbom en werd het na de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie ‘s werelds vierde kernmacht.

Uitbouw kernenergie. Eind jaren ’60 worden de eerste plannen voor grotere kerncentrales uitgewerkt. Begin jaren 70 start bij Fessenheim en Bugey de bouw van 6 kernreactoren met een vermogen van rond de 900 MW per stuk.


1973 – 1986 | Explosieve doorgroei kernenergie

Oliecrisis. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de wereldeconomie flink doorgegroeid. Het energiegebruik is begin jaren ’70 in veel westerse landen verdriedubbeld sinds de oorlog. Aardolie uit Arabische landen is uitgegroeid tot een primaire energiebron voor de westerse economieën. In 1973 blijkt na de Jom Kipoeroorlog goed wat voor machtspositie de Arabische landen daarmee hebben verworven. De belangrijkste olieproducenten van die tijd leggen de wereldeconomie stil door de olieproductie sterk te matigen en vrijwel niet meer te leveren aan landen die Israel hebben gesteund.

Messmer Plan. Omdat Frankrijk het groeiende energie- en elektriciteitsverbruik al een aantal jaren invulde met vooral oliegestookte centrales, hakt de oliecrisis er in Frankrijk extra hard in. Pierre Messmer, premier van Frankrijk in de periode 1972-1974, kondigde in 1974 af dat zijn land als de wiedeweerga kerncentrales zal bouwen om de energie-afhankelijkheid te beperken. Over het door Messmer beoogde aantal reactoren/kerncentrales loopt de geschiedschrijving uiteen. Verschillende bronnen spreken van ’80 centrales binnen een decennium, en 170 rond de eeuwwisseling’. Andere bronnen spreken van ‘het initiatief voor de bouw van 13 kerncentrales’. Mijn Frans is niet goed genoeg om het originele plan te achterhalen. Ik houd me aanbevolen.

Weerstand tegen kernenergie. Net als in de rest van Europa was ook in Frankrijk al vroeg in de jaren ’70 lang niet iedereen blij met de voortvarende uitbouw van kerncentrales. Net als in de rest van Europa waren protesten met tienduizenden deelnemers ook in Frankrijk destijds geen doorslaggevende reden om de uitbouw van kernenergie te heroverwegen.

In 10 jaar ruim 30 reactoren. Wat het precieze doel van Messmer ook geweest is, tussen 1978 (Fessenheim) en 1984 nam Frankrijk ±10 kerncentrales met bij elkaar grofweg 30 gigawatt aan vermogen in gebruik, zie figuur 5 (let op: plaatje is al 8 jaar oud). Naar toenmalige maatstaven een ongekende prestatie. Naar huidige maatstaven welhaast onwerkelijk.


1986 – 2000 | Afvlakkende groei kernenergie

Figuur 6 (Bron: IEA)

Kernramp Tsjernobyl. Na de meltdown in de kerncentrale bij het Oekraïense Tsjernobyl in 1986 krijgt de bestaande weerstand tegen kernenergie in Europa alsnog de overhand. Het enthousiasme voor de bouw van kerncentrales zakt overal in. Ten tijde van de ramp in Oekraïne zijn in in Frankrijk echter al tientallen reactoren in aanbouw. Deze worden wel afgebouwd.

Nog eentje dan. In 1988 – de plannen waren in 1986 dus al in een vergevorderd stadium – gaat bij Civaux de bouw van de voorlopig laatste nieuwe Franse kerncentrale van start. De twee reactoren komen respectievelijk in 1998 en 2000 online.

Figuur 7 (Bron: IEA)

Groeiend verbruik, groeiende export. In 1990 verbruikt Frankrijk 350 terawattuur (TWh, miljard kilowattuur) elektriciteit. In 2000 is dat opgelopen tot 440 TWh, zie figuur 6. In 1990 wekt Frankrijk 420 TWh op (waarvan 75% met kernenergie) en in 2000 is dat opgelopen tot 540 TWh (waarvan nog steeds 75% met kernenergie), zie figuur 7. Het Franse elektriciteitsverbruik groeide dus stevig maar de opwek nog sneller. In 1990 was Frankrijk met 45 TWh al een serieuze exporteur van elektriciteit, in 2000 is de netto-export opgelopen tot 70 TWh. Vanwege aflezen van de figuren zijn alle getallen in dit deel afgeschat/afgerond op 5 TWh.


2000 – 2010 | De markt liberaliseert, maar is stabieler dan ooit

63 gigawatt. Frankrijk gaat de nieuwe eeuw in met 58 actieve kernreactoren, uiteenlopend van 880 MW tot 1500 MW in vermogen. Samen goed voor zo’n 63 gigawatt. De oudste reactor bij Fessenheim is op dat moment 22 jaar in bedrijf.

Areva. In 2001 verkocht het Duitse techconcern Siemens zijn reactorbouwdivisie aan de Franse concurrent Framatome. De Duitse en Franse reactorbouwers werken dan al enkele jaren samen aan een nieuw type kernreactor onder de naam European Pressurized Reactor (EPR). De EPR moet veiliger, zuiniger (met uranium) en krachtiger (ruim 1.600 MW) zijn dan alle voorgaande kernreactoren. Het is een doorontwikkeling van reeds operationele Duitse en Franse reactortypes. Siemens houdt een aandeel van 34% in het samengevoegde bedrijf. In 2001 wordt het fusiebedrijf hernoemd tot Areva NP, nadat het ook de Franse specialist in uraniummijnbouw en -verrijking Cogema heeft ingelijfd. In 2009 doet Siemens zijn aandeel van de hand en komt de reactorbouwer vrijwel volledig in handen van de Franse staat.

Figuur 8 (Bron: Shrink that footprint)

Verbruik stabiliseert, huishoudens zijn grootverbruikers. Tot de kredietcrisis (2008) loopt het Franse elektriciteitsverbruik nog lichtjes op. De bestaande reactoren zijn in staat om het overgrote deel van die groei te faciliteren. Net als in grote delen van Europa markeert de kredietcrisis ook in Frankrijk de start van een lange periode van stabiel of zelfs lichtjes afnemend elektriciteitsverbruik, zie figuur 6. De noodzaak om het opwekvermogen verder uit te bouwen, valt daarmee weg. Mede vanwege de relatief lage consumentenprijzen (figuur 10) en actieve stimulans vanuit EDF en de regering om elektrisch te verwarmen behoren Franse huishoudens dan al tot de grootste elektriciteitsverbruikers van Europa, zie figuur 8.

Klimaat in de picture. Rond de eeuwwisseling is Frankrijk voorzichtig begonnen met wind- en zonneparken. Met het sluiten van de laatste Franse kolenmijn nemen gascentrales daarnaast een deel van de productie door kolencentrales over. Het dempen van klimaatverandering begint in Frankrijk, net als in de rest van West-Europa en in vergelijkbare landen, een voorzichtige rol te spelen in nationaal beleid. Met de nadruk op voorzichtig.

Deregulering. In naleving van Europese richtlijnen wordt in 2004 de Franse elektriciteitsmarkt voor grote afnemers vrijgegeven. In 2005 gaat EDF naar de beurs, de Franse overheid blijft grootaandeelhouder. In 2007 wordt ook de energiemarkt voor huishoudens vrijgegeven.

Figuur 9 (Bron: Liebreich Associates)

Flamanville 3. Meer opwekvermogen is niet nodig, maar kerncentrales slijten wel. Om het nucleaire vermogen op peil te houden is uiteindelijk ook nieuwbouw nodig. In 2004 besluit EDF tot de bouw van een nieuwe kernreactor bij Flamanville. In 2007 start voor het eerst in 11 jaar een nieuwbouwproject voor een Franse kerncentrale. De door het Frans-Duitse Areva ontworpen EPR krijgt een vermogen van 1.600 MW en moet in 2012 draaien. De geraamde bouwkosten zijn op dat moment €3.3 mrd.

Vertraging Flamanville. Na meerdere problemen kondigt EDF in augustus 2010 aan dat de bouwkosten voor de nieuwe reactor bij Flamanville met 50% zijn opgelopen en dat de oplevering pas in 2014 verwacht wordt, zie ook figuur 9.

Figuur 10 (Bron: Wereldbank, via Google)

Onopvallend totaalverbruik. Hoewel Franse huishoudens bovengemiddeld veel elektriciteit gebruiken (Figuur 8) is dat voor Frankrijk als geheel niet het geval. In Duitsland, Nederland en België is het landelijke elektriciteitsgebruik omgeslagen per hoofd van de bevolking nagenoeg gelijk aan het verbruik in Frankrijk (Figuur 10). In IJsland en Noorwegen, waar niet alleen de consumentenprijzen maar ook de groothandelsprijzen voor elektriciteit structureel laag zijn, zie je duidelijk een hoger verbruik per capita. De beide Scandinavische landen kennen zware industrie als grootverbruiker van elektriciteit. De kostprijs van Franse atoomstroom is klaarblijkelijk niet voldoende laag om industrie naar Frankrijk te lokken.


2011 – 2018 | Ondanks Parijsakkoord geen beste jaren voor kernenergie

Fukushima. In maart 2011 veroorzaakt een zeebeving bij Japan een hevige tsunami. Bij de kerncentrale in Fukushima viel de netstroom uit en door de vloedgolf kwamen ook de noodstroomaggregaten onder water te staan. Daardoor kon de centrale zijn splijtstofelementen niet meer voldoende koelen. Er volgde explosie, er kwam radioactief materiaal vrij en er werden tienduizenden mensen geëvacueerd. De ontwikkelingen bij Fukushima domineerden voor lange tijd het nieuws en wakkerden wereldwijd zorgen over kernenergie en antinucleaire protesten aan.

Afbouw kernenergie. Tijdens de Franse verkiezingen van 2012 is het publiek Fukushima nog niet vergeten. De veiligheid van Franse kerncentrales en afhankelijkheid van kernenergie zijn een thema bij de verkiezingen. Francois Hollande wint met de belofte kernenergie af te bouwen. Pas 3 jaar later, in 2015 besluit de regering Hollande daadwerkelijk tot de afbouw. Maximaal 50% van de Franse elektriciteitsproductie mag in 2025 nog uit kerncentrales komen. Ook mag het aandeel kernenergie in de tussentijd niet meer groeien. Als EDF Flamanville 3 in gebruik neemt, moet een oudere centrale dicht. De verwachting in 2015 is dat de vertraagde EPR in 2017 online komt, en dat Fessenheim dat jaar dan sluit.

Figuur 11 (Bron: Strom-Report)

Veiligheidsupgrades. Hoewel is besloten het nucleaire vermogen af te bouwen, moeten de kerncentrales nog jaren mee. Naar aanleiding van Fukushima trekt de Autorité de sûreté nucléaire (ASN) de teugels aan. EDF moet bij haar centrales aanvullende veiligheidsmaatregelen doorvoeren. Onderdeel daarvan is het installeren van backupgeneratoren op diesel die de koelsystemen in geval van nood in bedrijf houden. Eind 2018 moeten 54 van deze noodvoorzieningen gereed zijn.

Parijsakkoord. Eind 2015 wordt in Parijs het mondiale klimaatakkoord gesloten. Vrijwel alle landen van de wereld komen op de COP21 overeen de wereldtemperatuurstijging te beperken tot maximaal 2 graden, en liefst 1,5 graad Celsius. Als host profileert Frankrijk zich als uitgesproken voorstander van stevig klimaatbeleid. Niet alleen in aanloop naar de klimaatconferentie maar ook sinds het sluiten van het klimaatakkoord. Net als in Duitsland ligt de focus qua klimaat ook in Frankrijk veelal op elektriciteit. Net als in Duitsland blijven de automotive sector, industrie en de luchtvaart etc. vooralsnog goeddeels buiten schot.

Redding Areva. Kernreactorbouwer Areva, net als EDF een Frans staatsbedrijf, raakt in financiële nood als gevolg van weggevallen vraag naar kernreactoren na de kernramp bij Fukushima. De aanhoudende problemen bij Flamanville 3 en de bouw van een vergelijkbare kerncentrale in Finland zijn ook geen goede reclame. In 2016 wordt Areva op initiatief van Emmanuel Macron (op dat moment Minister van Economie en Industrie) gered door het grootste deel van het bedrijf samen te voegen met EDF. Uit het voormalige Areva ontstaat in 2017 het uraniummijnbouwbedrijf Orano. Het reactorbouwbedrijf leeft verder onder de (oude) naam Framatome. De Franse staat houdt tot de dag van vandaag een (groot) meerderheidsaandeel in EDF, Orano en Framatome.

Hernieuwbaar merkbaar. Langzaamaan beginnen naast waterkracht ook andere hernieuwbare bronnen mee te tellen in de Franse elektriciteitsmix. In 2018 is het marktaandeel van wind, zon en biomassa opgelopen tot een kleine 10%. In Duitsland leveren dezelfde bronnen op dat moment al 32% en ook Nederland loopt voor op Frankrijk, met zo’n 15%.

Ontmantelingskosten. Met het door Hollande afgekondigde afbouwpad komt de aandacht te liggen op de ontmanteling en sloop van kerncentrales. Na decennia elektriciteitsproductie zijn delen van de kerncentrale zelf radioactief geworden. Slopen van een kerncentrale moet daarom zorgvuldig gebeuren. Een klus die per centrale decennia kan duren en alleen al daarom in de papieren loopt. EDF is in Frankrijk als exploitant verantwoordelijk voor de ontmanteling van de reactoren. Per reactor zal dit het staatsbedrijf €350 mln kosten, aldus EDF zelf. Een analyse in opdracht van de Franse regering trekt in 2017 de schattingen van EDF in twijfel. Exploitanten van kerncentrales in Groot-Brittannië, Duitsland en de VS rekenen voor de ontmanteling op tussen de €900 mln en €1,3 mrd per reactor, drie tot vier keer meer dan de raming van EDF.

Eindberging kernafval. Gebruikte splijtstofelementen en radioactieve delen die vrijkomen bij de sloop van een kernreactor blijven eeuwen hoogradioactief. Veilig opbergen van nucleair afval is daarom een must. Ook hier ligt de verantwoordelijkheid bij EDF, het bedrijf reserveert per geleverde kilowattuur 0,14 eurocent om de eindberging van het kernafval uiteindelijk te financieren. En ook hier schatten partijen die in het buitenland actief zijn met kernenergie de kosten aanzienlijk hoger in.


2018 – heden | Fessenheim haalt Flamanville in

Uitstel afbouw. In 2018 stelde de nieuwe president Macron het nucleaire krimpplan van voorganger Hollande bij. Frankrijk neemt niet tot 2025 maar tot 2035 de tijd om het aandeel kernenergie van 75% tot 50% af te bouwen. Tegelijkertijd besloot Macron de laatste Franse kolencentrales te sluiten.

Gele hesjes. In 2018 slaat in Frankrijk de vlam in de pan met protesten van de les gilets jaunes. Oplopende energieprijzen, onder meer voor elektriciteit, zijn mede aanleidingen voor de rellen. Hoewel de elektriciteitsprijs voor consumenten in Frankrijk nog altijd relatief laag is, is de prijs de afgelopen 10 jaar sterker dan gemiddeld gestegen (Figuur 11). Omdat Franse huishoudens van oudsher veel elektriciteit gebruiken (figuur 8) doet die prijsstijging extra pijn.

Uitstel dieselgeneratoren. Begin 2019 is duidelijk dat EDF de deadline voor het installeren van backupgeneratoren bij lange na niet heeft gehaald. Slechts bij 2 van de 54 reactoren is in februari 2019 een noodgenerator bedrijfsklaar. EDF krijgt van de ASN uitstel tot eind 2020 om de voorschriften alsnog na te leven.

Sluiting Fessenheim. Hoewel Flamanville nog altijd niet in bedrijf is, valt medio 2020 toch het doek voor Frankrijks oudste nog operationele kerncentrale. Eind juni 2020 levert Fessenheim zijn laatste kilowatturen.

Flamanville duurder. In de laatste raming van EDF bedragen de bouwkosten van de nieuwe reactor bij Flamanville €12,4 mrd (omgerekend naar de waarde van de euro in 2015). Het Franse rekenhof Cour de Comptes publiceert in juli 2020 een rapport waarin het stelt dat verschillende financieringskosten en projectkosten buiten de raming van EDF zijn gebleven. Het rekenhof schat de werkelijke kosten op €19,1 mrd en becijfert dat de elektriciteit die Flamanville 3 gaat leveren tussen de €110 en 120 per megawattuur (11 à 12ct/kWh) moet opbrengen om uit de kosten te komen. De gemiddelde groothandelsmarktprijzen voor elektriciteit in Europa schommelen doorgaans tussen de €20 en €70 per megawattuur en zijn afgezien van een korte piek net voor de kredietcrisis in 2008 al jaren niet boven de €100 per megawattuur gekomen.

Figuur 12 (Bron: RTE-France.com)

Flexibeler dan vaak gedacht. In vrijwel alle landen leveren kerncentrales het hele jaar door een vlak productieprofiel. Kerncentrales staan dan ook te boek als inflexibel. In Frankrijk zijn kerncentrales gelukkig wel bereid om bij te dragen aan de balans op het elektriciteitsnet. Het moet wel, met zo’n hoofdrol in het systeem. Het betekent ook dat de Franse vloot kerncentrales een betrekkelijk lage benuttingsgraad kent. In de zomer is gemiddeld maar een goeie 30 van de ruim 60 gigawatt aan kerncentrales in gebruik, zie Figuur 12.

Gereguleerde prijzen. Ondanks de vrijgave van de Franse elektriciteitsmarkt in de periode 2004-2007 is EDF enorm dominant gebleven. Het staatsbedrijf is zowel qua productie als qua aantal afnamecontracten nog altijd verreweg de grootste speler. Om te voorkomen dat de marktmacht van EDF andere energiebedrijven belet om concurrerend te zijn, zijn de elektriciteitsprijzen in Frankrijk sterk gereguleerd. Van een werkelijke markt is daarmee nog altijd geen sprake.


Heden – 2035 | Afbouw van kernenergie, maar hoe snel

Pensioengolf. In de zomer van 2020 is het opgestelde vermogen aan kernreactoren in Frankrijk voor het eerst in 42 jaar afgenomen. Tussen nu en 2024 bereikt bijna de helft van het Franse nucleaire vermogen de pensioengerechtigde leeftijd van 40 jaar, de ontwerplevensduur die de reactoren meekregen bij de bouw. Frankrijk zal voor 2024 echter niet in staat zijn om de 30 gigawatt aan pensioengerechtigde reactoren te vervangen voor elektriciteitscentrales die – net als kernenergie – op afroep kunnen produceren. Alleen in bedrijf houden van de kerncentrales tot voorbij de ontwerpleeftijd borgt voor de korte termijn de leveringszekerheid en lage CO2-emissie van Franse elektriciteitssector. Wel is in januari 2020 bevestigd dat voor 2035 zeker 14 reactoren definitief zullen sluiten.

Levensduurverlenging. Leeftijd is maar een getal, het gaat erom hoe oud je je voelt. EDF is ervan overtuigd dat haar kernreactoren goed onderhouden zijn en met een upgrade zo nog 10 of 20 jaar extra meekunnen. In 2011 werden de kosten voor de levensduurverlenging voor de te behouden reactoren door EDF op € 55 mrd geraamd, het programma zou voltooid zijn in 2025. In 2016 raamde de Cour des Comptes als externe auditor de kosten op meer dan € 100 mrd, ervan uitgaande dat de renovaties tot in 2030 zouden doorlopen. Over de huidige staat van het levensduurverlengsprogramma heb ik geen heldere berichten gevonden.

Groei elektriciteitsvraag. Net als in de rest van Europa zal emissievrije elektriciteit ook in Frankrijk een grote rol spelen in de CO2-reductie van sectoren die vooralsnog weinig met elektriciteit te maken hadden. Een groot deel van de Franse auto’s zal in 2035 op accu rijden, fabrieken zullen overschakelen van steenkool en gas naar elektriciteit voor kracht en proceswarmte en tenminste een deel van de binnenlandse luchtvaart zal verschuiven naar het nu al zeer goede hogesnelheidsspoor.

Krimp in gebruik (!) door warmtepompen. Dankzij de lage tarieven voor elektriciteit is een groot deel van de Franse woningen in de afgelopen decennia overgeschakeld naar elektrische verwarming. Dat betreft veelal weerstandsverwarming. Een grote switch naar veel efficiëntere warmtepompen kan in Frankrijk het verbruik voor warmte doen dalen.

Nieuwbouw kerncentrales. De meest recente schatting is dat Flamanville 3 in de loop van 2024 online komt. Over nieuwbouw van additionele kernreactoren wordt in Frankrijk al lang gespeculeerd. Ook gegeven een levensduurverlenging zal een aantal reactoren sluiten voor 2035. Afbouw van 75% kernenergie naar 50% kernenergie in dat jaar lijkt inmiddels minder spannend dan behoud van minimaal 50% marktaandeel voor kernenergie. De Franse regering besloot begin 2020 om het besluit over de nieuwbouw van 6 nieuwe reactoren (samen goed voor grofweg 10 gigawatt) uit te stellen tot na inbedrijfname van Flamanville 3. Als het besluit tot nieuwbouw valt, geldt 2035 voor de nieuwe centrales als opleverdeadline. Ambitieus, gezien de bouw van Flamanville inmiddels op zijn minst 17 jaar duurt.

Uitbouw wind- en zonneparken. Geïnspireerd door de dalende kosten voor offshore wind zal Frankrijk tot 2028 jaarlijks 1 gigawatt aan zeewindparken bijbouwen. Het ligt voor de hand dat Frankrijk ook een inhaalslag zal maken met wind en zon op land. De condities daarvoor zijn zeker niet slechter dan in Duitsland en Nederland.


2035 – 2050 | Opleving of verdere afbouw van kernenergie?

Nog altijd de grootste. In 2035 zal Frankrijk nog steeds het Europese land zijn met het grootste aandeel kernenergie in de elektriciteitsproductie. In Duitsland sluiten de laatste kerncentrales in 2022, in België is het in 2025 voorbij, in Spanje lopen de laatste centrales in 2028 uit de vergunning.. In Nederland gaan stemmen op om de kerncentrale bij Borssele langer in bedrijf te houden, voorbij net tot voor kort vast staande sluitingsjaar 2033. In Polen en Tsjechië zijn er plannetjes voor nieuwbouw. Nergens zal echter het marktaandeel van kernenergie de 50% aantikken.

50% lijkt reëel. Hoe groot het Franse marktaandeel voor kerncentrales in 2035 precies is, hangt af van de levensduurverlengende operatie, de eventuele nieuwbouw van kerncentrales en de groei van het verbruik. Het moet heel raar lopen wil het aandeel in 2035 veel groter of veel kleiner zijn dan 50%.

Maar voor hoe lang? Wat het marktaandeel in 2040 of 2050 is, is veel spannender. Civaux, Frankrijks jongste operationele kerncentrale weet in 2050 waar Abraham de mosterd koopt. De helft van het nu operationele vermogen is in 2050 de 65 gepasseerd. Die centrales zullen – ook als de door EDF gewenst levensduurverleningsoperatie volgens plan verloopt – dan vermoedelijk toch echt afgeschreven zijn. Alleen met een nieuwbouwgolf zoals in de jaren ’70 van de vorige eeuw kan Frankrijk de 50% kernenergie ook in de tweede helft van deze eeuw volhouden. Gezien de realisatie van nieuwe kerncentrales inclusief planfase in de praktijk inmiddels ook in Frankrijk 20 jaar duurt, moet Frankrijk al de komende jaren richting kiezen. De kans lijkt op dit moment groot dat ook Frankrijk er niet in zal slagen de belangrijke kwaliteiten van kernenergie voor de het CO2-arme energiesysteem van de toekomst te behouden.

Wind en zon. Als Frankrijk niet kiest voor kernenergie, is dat impliciet een keuze voor een hoofdrol voor wind- en zon. Uitbouwen van wind- en zonneparken is op korte termijn een snellere en goedkopere optie om het door elektrificatie groeiende verbruik op te vangen. Ook als de eerste kerncentrales sluiten, ligt het voor de hand dat nieuwe wind- en zonneparken in het ontstane gat duiken en de lage CO2-intensiteit van de Franse elektriciteitssector op peil houden. Ondanks het totaal andere startpunt groeit Frankrijk dan toe naar een elektriciteitsmix die sterk lijkt op de mix waarop Duitsland en Nederland afkoersen.

Waterkracht en gascentrales. Pas als veel meer kerncentrales sluiten, zal Frankrijk tegen de grenzen van niet stuurbare wind- en zonnestroom aanlopen. Te zijner tijd is de businesscase voor nieuwe kerncentrales in Frankrijk nog moeilijker dan hij nu is. Ook omdat de waterkrachtcentrales in Frankrijk een substantiële rol in de netbalans kunnen vervullen. Omdat naast de stuwmeren desondanks extra regelbaar vermogen nodig zal zijn, zal Frankrijk, net als België en Duitsland veel gascentrales moeten bijbouwen. Als die gascentrales te zijner tijd op waterstof kunnen draaien, is dat geen ramp voor de Franse klimaatambities. Als de beschikbaarheid en betaalbaarheid van emissievrije waterstof tegenvalt, zal aardgas de logische terugvaloptie zijn. In dat geval zal de CO2-uitstoot voor de Franse elektriciteitssector licht stijgen naarmate 2050 dichterbij komt. Totdat waterstof wel op voorraad is.


Resultaten uit het verleden, aanknopingspunten voor de toekomst

Ongetwijfeld vinden zowel voor- als tegenstanders van kernenergie dat ik aspecten onderbelicht heb gelaten, of niet voldoende neutraal heb omschreven. Draag in de comments gerust aanvullingen of verbeterpunten aan, of berust je erin dat zowel voorstanders als tegenstanders ook nu al ruim kunnen putten uit de hierboven geschetste Franse geschiedenis.

Een eerste neutrale observatie is dat de lage CO2-uitstoot voor de Franse elektriciteitssector niets met klimaatbeleid te maken heeft. Klimaat speelde in de jaren ’70 helaas ook in de Franse politiek nog geen rol van betekenis. Een tweede neutrale observatie is dat Frankrijk vanwege de toevalstreffer van 50 jaar geleden nu een fantastische uitgangspositie heeft. Frankrijk kan de bestaande centrales uitnutten en switchen naar wind en zon of het nucleaire vermogen handhaven en variabele wind- en zonnestroom eventueel alsnog bijbouwen voor het (groeiende) flexibele deel van het elektriciteitsverbruik.

De CO2-uitstoot in de Franse elektriciteitssector blijft via beide routes – en alles ertussenin – laag. Waar industriële elektrificatie in andere landen moet wachten op dalende CO2-uitstoot per kilowattuur, kan Frankrijk vandaag al beginnen met het duurzaam opschalen van waterstofproductie en het elektrisch verwarmen van intensieve productieprocessen.

Zeven Franse lessen voor Nederland

De belangrijkste les voor Nederland is daarmee om begin jaren ’70 de gehele elektriciteitsvoorziening om te bouwen naar kernenergie. Omdat Nederland in de jaren ’70 niet bij de les was, zeven nieuwe aandachtspunten:


1.Vergeet de jaren ’70

Dat Frankrijk tussen 1974 en 1984 in totaal 30 gigawatt aan kerncentrales opleverde is inspirerend maar praktisch irrelevant voor de Nederlandse keuzes omtrent kernenergie van vandaag. Sinds de jaren ’70 is er veel gebeurd, ook in de wereld van kernenergie. De helft van de Franse kernreactoren kwam in gebruik vóór de meltdown bij Tsjernobyl. Van alle operationele Franse reactoren is 96% ontworpen en vergund vóór de ramp bij Tsjernobyl. En dus 25 jaar voor Fukushima.


2.Veiligheidseisen zijn niet de boeman

Aangescherpte veiligheidseisen sinds Tsjernobyl en Fukushima dragen bij aan de verhoogde complexiteit, kosten en bouwtijd voor kerncentrales. Net als het feit dat arbeid in de jaren ’70 goedkoper was dan nu, arboregels softer waren dan nu, materialen goedkoper waren dan nu. Politieke besluiten nemen en uitvoeren eenvoudiger was dan nu, bezwaren van omwonenden overrulen makkelijker dan nu. Wie terug wil naar de jaren ’70 omdat het bouwen van kerncentrales toen zo lekker snel ging, moet vele andere verworvenheden van de afgelopen 50 jaar ook opgeven.


3.Reken op minimaal 12 jaar bouwen

De jaren ’70 en ’80 komen niet meer terug. Rücksichtslos uit de grond stampen van imposante megaprojecten kan niet meer. Kerncentrales delen een rijtje met de Noord-Zuidlijn, Lelystad Airport, IT-projecten voor de overheid, Zeesluis IJmuiden, enzovoort. Relevante referenties voor de bouw van kerncentrale in West-Europa zijn Civaux (bouwstart in 1988, operationeel in 2000) en Flamanville (bouwstart 2007, operationeel in 2024). Flamanville 3 is een nieuw ontwerp met veel pech. Civaux was echter een reactor zoals Frankrijk er in de decennia ervoor al tientallen had gebouwd. Toch twaalf jaar.


4.Vergeet de planfase niet

Wanneer EDF besloten heeft om een EPR in Frankrijk te bouwen heb ik niet kunnen achterhalen. Dit bericht suggereert dat EDF al enkele jaren drie locaties op het oog had en uiteindelijk in 2004 besloot dat het Flamanville zou worden. De bouw begon daar 3 jaar later. Plannen en vergund krijgen van een energieproject kost jaren, ook in Nederland. Zeker als het een windpark of kerncentrale is. Procederen tot aan de Raad van State is welhaast een zekerheid. Een investeringsbesluit voor een kerncentrale zal niet vallen voor het eind van de kabinetsperiode van de in 2021 nieuw verkozen regering. Pas het kabinet daarna maakt mogelijk mee dat de eerste schop de grond in gaat.


5.De eindbaas zijn helpt

De Franse staat heeft de volledige elektriciteitsproductie onder controle. Elektriciteit is goedkoop voor Franse stemgerechtigden omdat de Franse staat de tarieven precies zo heeft ingericht. Alle Franse kerncentrales zijn gebouwd in opdracht van de staat of in opdracht van staatsbedrijf EDF. Ook buiten Frankrijk ken ik geen voorbeeld van een kerncentrale die is gebouwd door een private onderneming. Als je als overheid een kerncentrale wil, wacht dan niet op de markt.


6.2040 is niets te laat

Als de volgende coalitie besluit tot de bouw van een kerncentrale en alles fantastisch verloopt, heeft Nederland in 2035 een nieuwe kerncentrale. 2040 is realistischer. Dat is niet te laat. Het bevestigt wel dat grootschalig uitbouwen van wind- en zonneparken sowieso noodzakelijk is. Frankrijk toont gelukkig dat het prima mogelijk is om wind- en zonneparken te bouwen in een markt waarin kernenergie 75% van de elektriciteit levert. Laat als Nederland maar zien dat het prima mogelijk is om nieuwe kerncentrales te bouwen in een markt waarin wind en zon 75% van de kilowatturen leveren.


7.Wees vooral niet te voorzichtig

Frankijk besloot in 2004 om te beginnen met één nieuwe reactor. De bouw daarvan viel vies tegen. Nu is het zelfs in Frankrijk politiek onmogelijk om tot de bouw van nog een nieuwe kerncentrale te besluiten voordat probleemreactor Flamanville 3 in 2024 in bedrijf komt. Als je als Nederland serieus werk wil maken van kernenergie dan moet het direct grootser. Eén reactor is de moeite niet. Eén reactor is speelgoed op de schaal van de energietransitie. En de bouw van de eerste nieuwe reactor zal tegenvallen. Een bouwproject van 12 jaar of meer verloopt niet vlekkeloos. Maak de realisatie van een serie kerncentrales praktisch immuun voor tegenvallers tijdens de bouw van de eerste.


Wie echt een kerncentrale wil, bestelt geen rapporten

We kunnen nog jaren ouwehoeren over kosten, nut- en noodzaak van een kerncentrale. Het doet er niet echt toe. In de totale uitdaging van de energietransitie valt het wel of niet hebben van een kerncentrale in de marge. Het betekent voor Nederland het verschil tussen iets meer of iets minder importafhankelijkheid. Kernenergie heeft voor Nederland alleen zin als we het groots aanpakken. Alleen dan is er een kans op kostendaling voor elke volgende centrale. Alleen dan is energie-onafhankelijkheid of zelfs exporteren van duurzame energie voor Nederland een optie.

Rapporten tonen vooral gebrek aan lef

De kosten, baten en risico’s van zo’n besluit laten zich niet modelleren. Je kunt nog eens 80 consultants vragen om dat toch te proberen maar dat maakt de kansen voor kernenergie alleen maar kleiner.

Consultants moeten aannames doen over een verre toekomst. Verloopt de bouw van een kerncentrale in Nederland net zo beroerd als Flamanville of net zo soepel als in Abu Dhabi? Het valt niet te modeleren. Concurreren eventuele kerncentrales in 2040 vooral met wind- en zonnestroom of vooral met accu’s en vraagsturing? Het valt niet te modelleren.

Kernenergie in Nederland staat of valt met onvoorwaardelijke politieke wil. Eerst en vooral van de partijen die nu al publiekelijk kenbaar maken dat ze kernenergie willen. Zijn de PVV en FVD echt bereid om kerncentrales zwaar te subsidiëren? Ziet de VVD het oprichten van een marktverstorend staatsbedrijf voor de bouw- en exploitatie van kerncentrales echt zitten? Is het CDA echt bereid om de risico’s die aan de bouw van een stuk of 10 kerncentrales kleven als rentmeester volledig te dragen?


Een oprecht gesprek over kernenergie vertraagt de energietransitie niet

Pas als verklaarde voorstanders ook de consequenties die niet bij hun idealen passen omarmen, heeft het zin om te pogen verklaarde tegenstanders te overtuigen. En dat zal nodig zijn. De besluitvorming over nieuwbouw van kerncentrales zal over minstens twee kabinetsperiodes lopen. Van pril plan tot ingebruikname van één kerncentrale ben je 4 à 5 kabinetsperiodes verder. Een dunne meerderheid voor kernenergie betekent geen kernenergie.

Geen kerncentrale is geen breekpunt

In de huidige politieke realiteit zie ik geen van de voorstanders kernenergie onvoorwaardelijk steunen. Tegenstanders zoals Groenlinks en D66 doen al helemaal geen poging om kernenergie serieus te overwegen.

Een grote meerderheid (zeg 100+ zetels) lijkt totaal onhaalbaar. Daarmee dreigt debatteren over kernenergie vooral veel politieke energie te kosten, met wisselgeld tijdens de coalitievorming als hoogst haalbare doel. Voor geen van de partijen die kans maken op regeringsverantwoordelijkheid is ‘niet bouwen van een kerncentrale’ tijdens de coalitievorming een breekpunt. De gewenste kerncentrale sneuvelt vermoedelijk al snel, ten gunste van een andere paragraaf uit het partijprogramma die wel koste wat kost in het regeerakkoord moet eindigen.

Voor de kiezer lijkt een debat over de bouw van kerncentrales ondertussen daadwerkelijk te gaan over de bouw van kerncentrales. De kiezer die kerncentrales zag als een alternatief voor een windpark in zijn gemeente, blijft teleurgesteld achter. Lekker gemaakt door de kerncentrale die niet kwam, zal hij zich nog feller verzetten tegen dat windpark. En tegen warmtenetten, laadpalen en welke vorm van klimaatbeleid dan ook. Want zonder kerncentrales was het toch zinloos?

De partij die zich wil profileren als voorstander van kernenergie, zal te allen tijde glashelder moeten maken dat de keuze voor kernenergie later deze eeuw volledig los staat van de wind- en zonneparken die er tot 2030 sowieso bij komen. Voor dergelijke nuance is in een debat echter doorgaans geen ruimte. Terwijl ik voorstander van kernenergie ben, vrees ik daarom toch dat kernenergie als verkiezingsthema de energietransitie inderdaad kan vertragen. Al dan niet bedoeld.


Imagecredit: Willian West, via Unsplash Public Domain 

Dit vind je misschien ook leuk...