Host: ‘Succesvol van pure mest naar hernieuwbaar aardgas’

Uberprutser, via Wikimedia Creative Commons

Bio-energiebedrijf Host uit Enschede levert biomassacentrales, mestvergisters en biogasopwerkingsinstallaties. Directeur Herman Klein Teeselink: “We groeien al twaalf jaar lang met gemiddeld 30 procent per jaar.”

Groen gas is nu goed voor 33 procent van de omzet

Het Enschedese Host groeit zo sterk dat directeur-eigenaar Herman Klein Teeselink noodgedwongen kantoor houdt in een container op de parkeerplaats. Op zijn oude plek werken nieuwe medewerkers hard aan de systemen die Host turn-key installeert bij klanten door heel Europa.

Host, ontstaan als samenwerking tussen de Twentse bedrijven Holec en Stork, is groot geworden met biomassaverbranders (WKK’s) en vergistingsinstallaties voor mest en andere organische reststromen. Zes jaar geleden kwam daar een membraansysteem bij dat ruw biogas opwerkt tot aardgaskwaliteit. Klein Teeselink: “Vooral in de laatste drie jaar is de opwerkingstak sterk gegroeid, tot een derde van onze omzet.” Om het groeiende personeelsbestand te huisvesten, verdubbelt Host zijn kantoor op het Enschedese Kennispark. Bij oplevering in het voorjaar van 2017 is er, samen met het huidige pand, ruimte voor 170 werknemers en krijgt ook de directeur zijn eigen werkplek terug.

Liever duurzaam aardgas dan bio-elektriciteit

Klein Teeselink is ervan overtuigd dat de toekomst van biovergisting ligt in hernieuwbaar aardgas. Niet in de stroomproductie die nu nog gebruikelijk is. “Als je uit biogas lokaal elektriciteit produceert, gooi je 60 tot 70 procent van de energie direct weg als warmte.” De opwerkingsinstallaties gebruiken 3 kilowattuur per 10 kubieke meter gezuiverd biogas. “Van ruw biogas naar groen gas is het energieverlies dus maar een kleine 3 procent.”

Voor fossiel aardgas zijn de duurzame alternatieven bovendien schaarser dan voor elektriciteit. Zonnepanelen en windmolens zijn economisch ook aantrekkelijker dan een gasmotor op biogas. Voordeel van biogas is wel dat het flexibel inzetbaar is. Klein Teeselink: “Onze installaties kunnen de gasproductie 8 tot 10 uur bufferen en daarmee inspelen op de actuele vraag naar elektriciteit.” Toch ziet Klein Teeselink geen grote rol voor biogas als achtervang voor wind- en zonnestroom. “Ik denk niet dat we nog veel elektriciteit gaan maken. Zeker niet bij kleinere installaties op boerderijschaal.”

Bij deze projecten adviseert Host de boeren juist om ook in zonnepanelen te investeren. Die produceren dan de elektriciteit voor de membraaninstallatie die het gas opwerkt en voor warmtepompen die de vergister op bedrijfstemperatuur houden. Klein Teeselink: “Het is zonde om deze laagwaardige warmte met aardgas of groen gas te produceren. Wij installeren warmtepompen die uit 2 kilowattuur elektriciteit 8 kilowattuur warmte genereren.”

Gescheiden vergisting van rundermest en andere biostromen

SDE-subsidie voor 200 monovergisters

Een ander punt waarop Host breekt met conventionele biogasproductie is de voorkeur voor monovergisters. Die produceren biogas uit pure rundermest, rioolslib of uit andere ongemengde organische reststromen.

De meeste biogasinstallaties draaien voor 50 procent op mest en voor de andere helft op landbouwafval, bermgras of andere organische reststromen. Dat geeft een hogere biogasopbrengst maar de businesscase onder combivergisting is de laatste jaren sterk verslechterd. De eerste installaties kregen nog geld toe voor de verwerking van de afvalstromen maar door de groei in de sector wordt er inmiddels stevig om de covergistingsmaterialen geconcurreerd, ook internationaal. Bovendien ontstaat er door de co-vergisters extra concurrentie om de capaciteit van mestverwerking. “Een co-vergister maakt van 1 ton mest 2 ton aan materiaal dat als mest behandeld moet worden. En we hebben al een mestoverschot.”

Bovenop de onderlinge concurrentie tussen biogasondernemers kwam nog een halvering van de marktprijs voor elektriciteit. Klein Teeselink toont dan ook begrip voor de scepsis van de pioniers die in de beginjaren ‘hun nek uitstaken’. Door pech en tegenstrijdig overheidsbeleid zijn zij soms flink het schip ingegaan. “Voor enkele van onze klanten sloegen de inkomsten van € 60.000 om naar een verlies van € 60.000 per jaar.”

Op naar 1.000 monovergisters, samen met FrieslandCampina

Een monovergister die groengas maakt, is in de huidige markt echter wel aantrekkelijk volgens Klein Teeselink. “Als ik uitsluitend mest vergist, en ik gebruik alleen mijn eigen mest, dan heb ik aan de inputkant geen grondstof- en transportkosten.” Ook staat het tarief dat de boeren voor de bio-energie ontvangen met de SDE-subsidie nu voor twaalf jaar vast. Daarnaast levert Host technologie die het restvolume aan digestaat (vergiste mest) comprimeert tot een fosfaatrijke reststroom. “Zo blijft er nog maar 20 procent over dat als mest behandeld moet worden. Na drogen zelfs slechts 6 procent”, zegt Klein Teeselink. “De rest is water dat we veilig op het riool lozen.” Host heeft het concept al toegepast bij een biogasinstallatie in Waalwijk en gebruikt de techniek grootschalig bij een nieuw project in Harderwijk.

Besparen op mestafvoer en kunstmest

Door de vergisting zijn de stikstofverbindingen in de mest voor planten net zo goed opneembaar als nutriënten uit kunstmest. Regelgeving voor dierlijke mest limiteert echter het gebruik van digestaat op akkers, waardoor afvoer van mest en inkoop van kunstmest vaak nog noodzakelijk is.

Bijkomend voordeel is dat FrieslandCampina zich vol achter monovergisting schaart. Mede dankzij de inspanningen van de zuivelcoöperatie heeft het Ministerie van Economische Zaken een subsidiepot van € 150 mln geoormerkt voor monovergisters op boerderijschaal. Host is een van de twee partijen die de naar schatting 200 vergistingsinstallaties in samenwerking met FrieslandCampina bij boeren zal installeren. Uiteindelijk wil de coöperatie tot 2020 1.000 van deze installaties bouwen in Nederland en biedt het zijn leden een extra vergoeding voor behaalde CO2-besparing.

Miljoenen koeien alleen niet genoeg

Op een boerderij met 150 koeien produceert een mestvergister tot 20 kubieke meter groen aardgas per uur. “Genoeg voor circa 200 huishoudens”, zegt Klein Teeselink. Als we alle mest van alle Nederlandse koeien gebruiken voor groen gas produceren we 2 miljard kuub per jaar, rekent de directeur voor. “In Nederland gebruiken we 40 tot 50 miljard kuub aardgas per jaar, dus met alleen mestvergisting zijn we er nog niet.” Ook met de vergisters die Host levert voor de verwerking van rioolslib, slachtafval en andere biostromen is het onhaalbaar om het gasverbruik volledig te vervangen.

wkk1

Een groot deel van het gasgebruik gaat op aan het verwarmen van huizen. Daarvoor zijn verbeterde isolatie en elektrische warmtepompen volgens Klein Teeselink een beter alternatief dan groen gas. Voor hoogwaardige industriële warmte of grotere warmtenetten zijn de biomassacentrales van Host een duurzame oplossing. Deze ketels verstoken houtpellets, snoeiafval of ander vaste biomassa en leveren warmte en elektriciteit.

“Met name in Noord-Europa zien we veel vraag naar warmtekrachtcentrales (WKK’s) op biomassa”, zegt Klein Teeselink. Voorheen draaiden WKK’s als er vraag naar elektriciteit was en kwam de restwarmte vrij op momenten dat er niet per se behoefte aan was. “Tegenwoordig zijn deze centrales warmtegestuurd. Als er vraag naar warmte is dan is elektriciteit nu het bijproduct”, zegt Klein Teeselink. “Vooral in de winter genereren we dus veel stroom. Dat sluit goed aan op zonnepanelen, die dan juist nauwelijks wat opbrengen.”

Klein Teeselink denkt met het huidige portfolio nog flink te groeien, binnen Europa maar misschien ook wel daarbuiten. “Er is wereldwijd zo ontzettend veel materiaal dat problemen geeft of zinloos ligt weg te rotten. Daar willen we zo snel en zoveel mogelijk duurzame energie uit halen.”

Imagecredit: Uberprutser, via Wikimedia Creative Commons

Dit vind je misschien ook leuk...