Duurzaam NL schreeuwt toch niet om meer megastallen en IKEA’s

Bol Fulfilmentcentrum Waalwijk
Opnieuw relevant: 15 november 2019

Voortschrijdend inzicht! Milieuorganisaties Greenpeace, Milieudefensie, Natuurmonumenten en collega’s onderschrijven samen met HollandSolar de ‘Gedragscode zon op land’. Daarmee schaart de Nederlandse milieubeweging zich achter de opschaling van zonne-energie, ook op landbouwgrond en (waar het geen kwaad kan) in natuur. De gedragscode is met complimenten in ontvangst genomen door politici die zich eerder ook kritisch uitlieten over zonnepanelen op land. Top. Hieronder het oorspronkelijke bericht over de ophef over zonnepanelen op land, van 16 juni 2019.

Bij uitvoer van het Nederlandse klimaatakkoord is in 2030 twee derde van alle stroom opgewekt met windturbines en zonnepanelen. In 2050 moet al onze energieproductie (inclusief elektriciteit) vrij van CO2-uitstoot zijn.

Beklagen, vertragen en zelfs belagen

Dat Nederland met al zijn Nederlanders en al zijn bedrijvigheid moet stoppen met het uitstoten van broeikasgassen daar lijkt inmiddels een meerderheid van de Nederlanders van overtuigd.

Ons land, onze infrastructuur en onze levens zijn echter vervlochten met de uitstoot van CO2. Stoppen met die uitstoot heeft als consequentie dat ons land, onze infrastructuur en onze levens wat moeten veranderen. En oei wat hebben wij moeite met verandering. Wat zijn wij met zijn allen goed om veranderingen te beklagen, te vertragen en zelfs te belagen.


Nederland wil het liefst géén energie opwekken

Hoewel we gemiddeld gezien inmiddels tegen energie uit kolen, aardgas en olie zijn, zijn we evengoed tegen de bronnen die kolen, aardgas en olie dan noodzakelijkerwijs moeten vervangen. We zijn tegen windmolens, tegen biomassacentrales, tegen CO2-opslag en tegen kerncentrales. Alleen voor zonnepanelen leek Nederland – tot voor kort -wel te porren. Zonneparken zijn door protestgroepen zelfs regelmatig aangehaald als alternatief voor windparken.

Achteraf bezien zou ook dit een vertragingstactiek geweest kunnen zijn. Nu zonnepanelen zo goedkoop zijn dat het met enige subsidie uit kan om zonneparken op landbouwgrond en waterbekkens te bouwen, schieten ook actiegroepen tegen zonneparken namelijk alsnog als paddenstoelen uit de grond.

Hoewel de weerstand tegen zonneparken nog jong is, is het eerste grote succes al binnen. De Tweede Kamer nam recent in grote meerderheid een motie van Carla Dik-Faber (ChristenUnie) en mede-indieners aan, die vergunningverleners verplicht nieuwe plannen voor zonneparken te toetsen aan van alles.

De motie verzoekt de regering, ‘er met de decentrale overheden voor te zorgen dat, in de aanloop naar de Regionale Energiestrategieën, nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden worden getoetst aan de op handen zijnde zonneladder of vooruitlopend op deze zonneladder zijn getoetst aan een vergelijkbaar door decentrale overheden vastgesteld afwegingskader.’

Zowel de zonneladder, de RES als een vergelijkbaar afwegingskader betreffen veelal onuitgewerkt beleid. Uitwerken van beleid kost tijd dus de uitbouw van hernieuwbare energie in Nederland loopt nog eens extra vertraging op. Al had de schade groter kunnen zijn. De eerdere versie van de Motie over de zonneladder uit 2018 (door mij in de oorspronkelijke versie van dit stuk abusievelijk aangehaald, bedankt voor de correctie @polder_PV) was nog een stuk verstrekkender.


Ook zonnepanelen willen we vooral niet zien

De strekking van de groeiende en succesvolle weerstand tegen zonneparken op land en water is dat het ‘belachelijk is om zonnepanelen op landbouwgrond of binnenwater te installeren zolang er nog zoveel daken onbenut zijn.’

‘Eerst alle daken vol’

Deze drogreden klinkt zo overtuigend dat – op de PVV en Denk na – de voltallige Tweede Kamer er in is getuind.

Maar het is en blijft een drogreden. Inderdaad is het zonde dat er op veel Nederlandse daken waar zonnepanelen zouden kunnen liggen nog géén zonnepanelen liggen. Maar dat los je niet op door grondgebonden zonneparken te frustreren.

Wie zich oprecht stoort aan lege daken, stuurt aan op beleid dat zonnepanelen op daken (nog meer) stimuleert, misschien zelfs verplicht. Maar zelfs als dat beleid gericht op daken onverwacht effectief is, is dat onvoldoende. Dat lijkt Dik-Faber zich met haar mantra ‘Eerst alle daken vol’ ook te beseffen. Op uitsluitend daken is niet genoeg ruimte om voldoende zonnestroom voor de CO2-vrije Nederlandse economie op te wekken.


Het enige appels-met-appels alternatief is een grijze schoenendoos

Na de ‘eerst’ van Dik-Faber komt onvermijdelijk een ‘daarna’, waarin we zonnepanelen alsnog op landbouwgrond en water zullen bouwen. Want op onze akkers en oppervlaktewater is er voor zonnepanelen ruimte in relatieve overvloed.

Op basis van onderzoek door de Universiteit Utrecht en TNO stelt Holland Solar, lobbyclub voor zonne-energie, dat er in 2030 zo’n 0,2 procent van alle Nederlandse landbouwgrond nodig is om doelen voor zonne-energie te behalen. Voor de doelen van 2050 zou daar nog zo’n 0,3 procent bijkomen. Daar gaat het in deze discussie dus over.

Krap een half procent van alle akkers

Samen met panelen op daken heeft Nederland over 30 jaar dan ruim 30 gigawatt aan zonnepanelen en toch nog steeds 99,5 procent van zijn landbouwgrond. Ook met zonneakkers blijven onze superboeren exporteren.

Het enige reële beleidsalternatief om de energietransitie voor 2050 te voltooien zónder zonneparken op land en water, is het vergroten van het dakpotentieel. Wie enkel zon op dak accepteert, pleit in feite voor het bouwen van nieuwe megastallen, distributiecentra en andere saaie schoenendozen. Nieuwbouw op akkers dus. Om daar bovenop panelen te plaatsen.

Vast niet wat 127 Tweede Kamerleden voor ogen hadden met hun instemming op de motie Dik-Faber.

Imagecredit: Bol Fulfilmentcentrum Waalwijk

Dit vind je misschien ook leuk...