Nijmegen versterkt burgerwindpark met 18.000 zonnepanelen

hpgruesen, via Pixabay Public Domain

De vier windturbines in windpark Nijmegen-Betuwe krijgen gezelschap van een zonnecentrale. De beide duurzame energiebronnen maken slim gebruik van dezelfde elektriciteitskabel en produceren later mogelijk ook warmte.

Nog geen 300 uur per jaar maximale wind én zon tegelijkertijd

Het windpark Nijmegen-Betuwe, in aanbouw nabij het Gelderse Lent, levert in september 2016 zijn eerste windstroom aan het elektriciteitsnet. Via dezelfde transformator en kabels transporteert netbeheerder Liander in 2017 óók de zonnestroom uit 18.000 PV-panelen.

Volgens Pim de Ridder, directeur van het windpark, vullen de zonnepanelen en de windmolens elkaar goed aan. De productie van het zonnepark piekt in de zomer, de windturbines maken de meeste uren in de andere seizoenen. Daarmee bespaart het project op de aansluitkosten van de beide groene stroombronnen. “Wij kunnen nu elektriciteitskabels die we laten leggen voor de windmolens rendabeler gebruiken”, zegt De Ridder tegen De Gelderlander. “Liander hoeft maar één kabel te trekken.”

De initiatiefnemers verwachten dat de bouw van het zonnepark € 5 mln zal kosten, deels te financieren met subsidie, deels door omwonenden. Eerder leenden burgers ook een deel van de € 15 mln die nodig is voor de realisatie van het windpark. De winstroom is relatief goedkoper. De vier Lagerwey-windmolens, elk 2,5 megawatt sterk, leveren elektriciteit voor 7.000 huishoudens. De jaarproductie van de 18.000 zonnepanelen vergroent het stroomverbruik van 1.300 gezinnen.

Tot € 60.000 goedkopere aansluiting voor zonnepark

Het idee om de zonnepanelen en de windturbines samen op het net aan te sluiten kwam van de netbeheerder zelf. “In Nederland denken we vaak of-of”, zei Marcel de Nes Koedam, projectleider bij Alliander, eerder in een interview met Utilities. Daarmee laten we volgens De Nes Koedam kansen liggen. “Het is bijvoorbeeld zo dat slechts 3 procent van de tijd tegelijkertijd de wind hard waait en de zon fel schijnt.”

Cablepool1_0
Cablepooling in Franeker (Bron: Liander)

Gedurende die 3 procent, grofweg 300 uur per jaar, zal een gedeelde netaansluiting een klein percentage van de zonne- en windstroom ‘weggooien’ (peaktrashen). Dat lijkt zonde maar is economisch goed te verdedigen. Doe je het niet dan betaal je dubbel voor capaciteit die 97 procent van de tijd niet nodig is. Bovendien zijn de duurzame kilowatturen die verloren gaan sowieso van beperkte waarde. Op de spaarzame momenten dat windmolens en zonnepanelen tegelijkertijd maximaal produceren, doet het leeuwendeel van alle andere duurzame energieprojecten in West-Europa dat ook. Dan is de marktprijs voor elektriciteit laag.

Liander paste de innovatie met gedeelde netaansluiting eerder in een kleiner project in Friesland toe. Loonbedrijf Westra koppelde hier een nieuw zonnedak aan de aansluiting die eerder voor zijn windmolen gerealiseerd was. Volgens Liander is deze vorm van ‘cablepooling’ toepasbaar voor 1.200 windmolens in het verzorgingsgebied van de netbeheerder. Ten opzichte van een individueel zonnepark met een eigen aansluiting bespaart de projectontwikkelaar € 20.000 tot € 60.000. Voor de netbeheerder zelf is de werkwijze ook goedkoper, het voorkomt onnodige verzwaring en kabelverliezen verderop in het netwerk en maakt onderhoud eenvoudiger.

Groene Centrale voor stroom en warmte

In de visie van Alliander gaan de stroomoverschotten in Nijmegen echter, ondanks de ‘onderbemeten’ aansluiting, toch niet verloren. De netbeheerder wil de overtollige stroomproductie van het wind- en zonnepark gebruiken om duurzame warmte te leveren aan bedrijven en woningen in de omgeving. In het concept De Groene Centrale gaat een deel van de hernieuwbare elektriciteit naar warmtepompen die het lokale warmtenet bijverwarmen.

Relatief duurzame ‘afvalwarmte’ raakt op door recycling

Dit bestaande warmtenet betrekt zijn energie nu uit restwarmte van afvalenergiecentrale ARN maar dat is niet voor eeuwig. “Het aanbod van afval neemt in de toekomst sterk af”, zegt De Nes Koedam in het gesprek met Utilities. In plaats van verbranden van het afval zet de industrie in op hoogwaardig hergebruik van reststoffen. Een grote Groene Centrale kan de warmtelevering op termijn volledig overnemen. Extra voordeel daarbij is dat de thermische energie in het geïsoleerde warmtenet goed is te op te slaan voor gebruik later op de dag. Daarmee is de energieconversie een alternatief voor grootschalige opslag van goedkope wind- en zonnestroom in dure accu’s. In Scandinavië en Duitsland is deze crossover tussen emissievrije elektriciteit en CO2-arme verwarming al vaker gerealiseerd.

Bron: Utilities, De Gelderlander, Alliander / Imagecredit: hpgruesen, via Pixabay Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...