Kernenergie, CO2-opslag en hogere dijken zijn absoluut niet te duur

Rawpixel, via Unsplash Creative Commons

Stel je hebt wat te vieren. Je ontkurkt een exclusieve wijn uit een topjaar en zet een spectaculair hoofdgerecht op tafel. Op dat moment stoot je een kaars om en vliegt het polyester tafellaken in de fik. Is de wijn te duur om de brand te blussen?

We hebben de luxe niet om slechts voor goedkoop te gaan

Het is logisch dat de brandweer niet standaard met 12 kuub stevige bourgogne uitrukt. Toch kan blussen met een flesje rood van € 63,- uiterst economisch zijn. In de tijd die het kost om de brandblusser uit de keuken te halen, springt het vuur tenslotte al over op de gordijnen.

Of een blusmiddel ‘duur’ is, hangt af van de schade die ontstaat als een bluspoging uitblijft, de beschikbaarheid van blusmiddelen, de zekerheid dat een blusmiddel effectief is, de tijd die het kost dit blusmiddel in stelling te brengen, de mate waarin de schade verergert tot dat de bluspoging start en de eventuele gevolgschade van het ingezette blusmiddel.


Van fik in de woonkamer tot fik in de wereld

U voelt natuurlijk aankomen dat ik deze metafoor doortrek naar klimaatverandering. Het heeft even geduurd maar inmiddels zijn we het eens dat ons tafellaken in de fik staat. We zijn er ook van overtuigd dat we zonder ingrijpen straks sowieso kampen met forse rookschade. Hoe het precies afloopt zonder effectieve bluspoging is nog niet te zeggen. Misschien zitten uiteindelijk zelfs 11 miljard mensen met een onbewoonbaar huis.

Penny wise, pound foolish in extreme slow motion

Toch zijn we vooralsnog te gierig om hier ook maar een huiswijntje van de pizzeria tegenaan te gooien. We maken ons drukker over wijnvlekken in het tapijt onder de brandende tafel dan over het om zich heen woekerende vuur, dat we nu met vereende krachten misschien nog kunnen blussen.

Dit terwijl we dondersgoed weten dat de schade verergert, elke seconde dat we wachten met ingrijpen. Terwijl we weten dat het tijd het kost om welk blusmiddel dan ook in stelling te brengen. Terwijl we weten dat de gevolgschade van eigenlijk elke effectieve ingreep in het niet valt bij de schade die we ermee voorkomen.


Hinderlijk positieve wending in discussie over klimaatkosten

Mijn generatie is de eerste die collectief opgroeide met idee dat klimaatverandering een serieus probleem is en de laatste die opgroeide met het idee dat duurzame energie ontzettend duur is. Nu blijkt dat zonnepanelen en (offshore) windparken direct met kolen- en kerncentrales concurreren, heeft mijn generatie het klimaatprobleem in gedachten al opgelost.

Dat zonnepanelen en windturbines nu betaalbaar zijn – en nog elk jaar in prijs dalen – is een geweldige opsteker in de strijd tegen klimaatverandering. Het heeft alleen als bijeffect dat alle andere klimaatoplossingen die deze razendsnelle kostprijsdaling (nog) niet hebben doorgemaakt nu plotsklaps ‘duur’ lijken. Niet handig.

Grenzen aan de groei van wind en zon

Inderdaad zijn windturbines en zonnepanelen welhaast zeker de werkpaarden van deze energietransitie. Wereldwijd toepasbaar, goed betaalbaar en – voor zover niet té zichtbaar – redelijk geaccepteerd.

Helaas weten we ook zeker dat inzet van wind en zon als enige blusmiddel niet effectief is. Windturbines en zonnepanelen leveren alleen elektriciteit. Nog geen kwart van de broeikasgassen die we wereldwijd uitstoten komt vrij bij de productie van elektriciteit. Als we als een gek windturbines en zonnepanelen uit de grond stampen, hebben we in 2050 nog steeds geen CO2-vrije energie als het donker is en niet waait.

Met uitsluitend wind en zon, nemen we op zijn best twee derde van alleen de elektriciteitsuitstoot weg. Blijft over zo’n 80 procent van de totaal aan energie gerelateerde uitstoot. Balen. Kunnen we de potentie van wind en zon wellicht vergroten?

Ja. Als we ook maximaal inzetten op efficiency (LED, isolatie, carpoolen), nu nog CO2-intensief verbruik elektrificeren (elektrische auto’s, warmtepompen, industriële waterkokers) en vol inzetten op het flexibel maken van de (nu veel grotere) elektriciteitsvraag (slim laden, warmtebuffers, industriële vraagsturing) komen we met wind en zon als enige energiebronnen misschien wel tot 60 procent reductie van de totale CO2-uitstoot.

Als we daarbovenop ook nog biljoenen investeren in accu’s, pompopslagcentrales en power to gas kunnen we in theorie 100 procent van de totale mondiale energievraag dekken met alleen wind- en zonne-energie.

Op papier kan het dus, de (groeiende) wereldenergievraag dekken met uitsluitend zonnepanelen en windturbines. Maar een effectief blusmiddel tegen klimaatverandering is dat niet. Als we terugdenken aan de vlammen op de eettafel dan is het scenario zoals hierboven geschetst vergelijkbaar met het aanplanten en beheren van een wijngaard, druiven plukken, wijn maken en die wijn nog zeker 3 jaar laten rijpen.

Als je na jaren terugkomt met deze mooie fles wijn om de fik op de eettafel te blussen, kun je weemoedig proosten naast de overblijfselen van een tot op de grond afgebrande woning. Met alleen wind, zon, elektrificatie en extreme energiebesparing is een CO2-neutrale energievoorziening prima mogelijk. Hoogstwaarschijnlijk alleen bijlange na niet op tijd.


Gooi alles op de brandende tafel, met breekpunten blus je niets

Vrijwel het hele politiek-maatschappelijke spectrum slaat inmiddels klimaatalarm. Ogenschijnlijk oprecht. Toch neemt niemand klimaatverandering serieus. We kijken paniekerig naar dezelfde brandende tafel, het is al dertig jaar 5 voor 12 en toch vliegen we elkaar zeker 4,5 van die kostbare laatste minuten in de haren met irreële eisen aan het blusmiddel.

  • Van de linkerzijde, de vakbonden en sociale organisaties mag de energietransitie ‘de burger niets kosten’. En belangrijker nog; elke cent subsidie voor het ‘grootkapitaal’ is er een teveel.
  • In de liberale hoek en bij werkgeversorganisaties is het ondenkbaar dat we ‘sneller gaan dan Europa’ of ‘zachter dan 130 op de snelweg’. Ook rekeningrijden en begrenzing van de luchtvaart zijn taboe.
  • Nog weer lastiger te plaatsen zijn de ecomodernisten. Die hebben een broertje dood aan windturbines, zonnepanelen en energiebesparing maar gaan weer wel keihard op kernenergie.
  • Dan zijn er de verdwaalde efficiency-puristen, die vol op het orgel gaan tegen auto’s en CV-ketels op waterstof.
  • Het eisenpakket van de groene partijen en milieubeweging spant echter de kroon. CO2-opslag is uit den boze, dijken verhogen is ‘toegeven aan de fossiele industrie’, kernenergie is ‘eng’ en biomassa moet aan zulke strenge eisen voldoen dat ook die optie in de praktijk afvalt.

Welbeschouwd redeneren alleen klimaatsceptici eigenzinnig logisch: ‘Klimaat is geen probleem dus elke maatregel is onzin.’


‘Het staat iedereen vrij een kerncentrale te bouwen’

Haastige spoed is zelden goed maar we kampen hier met een probleem dat snel groeit. In dit geval is haastige spoed cruciaal. Dat neemt niet weg dat we het ook moeten hebben over effectiviteit en bijeffecten van de blusmiddelen die we inzetten. Dat alleen graag terwijl we deze blusmiddelen inzetten. We zijn nog zeker 60 jaar aan het blussen. We komen er gaandeweg vanzelf achter wat het beste werkt. Eventuele wijnvlekken in het tapijt poetsen we wel weg als het vuur geblust is.

Top dus dat Arjen Lubach de potentie en veronderstelde nadelen van kernenergie als oplossing van het klimaatprobleem nog eens goed tegen het licht heeft gehouden. Afhankelijk van wie je het vraagt, heeft Lubach de risico’s en nadelen van kernenergie gerelativeerd of gebagatelliseerd. De meest gehoorde reactie deze week was echter dat dat er eigenlijk niet toe doet, want ‘het staat iedereen vrij een kerncentrale te bouwen’

Dit klinkt neutraal maar wordt alleen geponeerd in de wetenschap dat er in de huidige elektriciteitsmarkt niemand bereid is om het ondernemersrisico voor een nieuwe kerncentrale te dragen. Sterker nog, praktisch alle (westerse) ontwikkelaars van kernenergieprojecten verkeren in economisch zwaar weer en alle grote nucleaire projecten lopen jaren achter op schema.

De conclusie is dat kernenergie commercieel niet uit kan. ‘Einde discussie. Punt. Over tot de orde van de dag’, grijnzen tegenstanders van kerncentrales opgelucht. En dat is kwalijke onzin.


‘Duurder dan wind en zon’ is geen doorslaggevend argument

De kostendiscussie over kernenergie is exemplarisch voor onze benadering van de energietransitie. De oplossingen waar we geen zin in hebben, doen we af als te duur.

De vraag of een nieuwe kerncentrale in de huidige elektriciteitsmarkt rendabel is, is schier-irrelevant. In de huidige elektriciteitsmarkt staan we kolen- en gascentrales toe om CO2 uit te stoten. In de huidige markt staan we windparken en zonnepanelen toe om gesubsidieerd elektriciteit te leveren op momenten dat daar helemaal geen vraag naar is.

Geen atoomstroom zonder subsidie

In zo’n markt kan geen enkele nieuwe elektriciteitsbron uit. In deze markt heb je als ondernemer met nucleaire plannen inderdaad niets te zoeken. Wie pleit voor kernenergie, pleit inherent voor staatssteun voor kernenergie.

En dat is prima. Wie pleit voor effectief klimaatbeleid, pleit inherent voor staatssteun. Marktfalen is precies de grondslag voor klimaatbeleid. Als we concluderen dat een optie bijdraagt om onze falende markt in het gareel te krijgen, accepteren we niet dat die optie er door datzelfde marktfalen niet aan te pas komt.

Als je het toch over de kosten van kernenergie wil hebben, besef dan dat de metafoor van het flesje rood van € 63 niet opgaat voor kernenergie. Kernenergie is niet exorbitant duur. Met slechts een beetje subsidie komt de businesscase wel rond.

Als je het toch over de kosten van kernenergie wil hebben, kijk dan ook vooruit naar de wereld die we elkaar voor 2050 beloven. Een wereld waarin windparken en zonnepanelen niet meer kunnen terugvallen op gascentrales. Een wereld waarin vliegen op aardolie niet meer kan en waarin de landbouw het moet stellen zonder kunstmest gemaakt uit grijze waterstof. Als je in die wereld beter af meent te zijn zonder kernenergie, hoor ik graag je doorslaggevende argumenten in de comments.

Stel dat je tot de conclusie komt dat kernenergie in 2050 misschien toch een goed idee is. Dan is de directe consequentie dat we de bouw van nieuwe kerncentrales vandaag al moeten opstarten. En dus moeten subsidiëren.


Op het nippertje brandmeester is sowieso bloedlink

Dat het ‘5 voor 12 is’ en dat we alles moeten doen om ons leefbare wereldklimaat te behouden, hoor je opvallend vaak uit dezelfde monden en pennen als de besmuikte constatering dat kernenergie ‘economisch kansloos’ is. Ik had ook zo’n pen. Inmiddels besef ik dat dit cognitieve dissonantie is. Van hetzelfde kaliber als het ontkennen van klimaatverandering.

Als we terugdenken aan de brand in de woonkamer, begrijpen we dat blussen geld mag kosten en vlekken mag maken. Een brandweerman die met slechts 4 emmers water naar een brand uitrukt omdat hij heeft berekend dat blussen met meer water niet kostenefficiënt is en alleen maar in extra waterschade resulteert, krijgt geen applaus. Eerder een stomp in zijn maag. Zeker als 4 emmers toch net te weinig blijken.

Tegen de gevolgen van brand beschermen we ons met brandmelders, brandblussers, brandtrappen, een 24/7-bemande nooddienst, brandweerkorpsen met volle waterwagens en allerhande verzekeringen. Niet kostenefficiënt, wel verstandig.

Net als brand is ook klimaatverandering een dreiging waartegen we liever een paar verdedigingslinies teveel dan te weinig opwerpen. Dat betekent – naast maximaal schalen van publiekslievelingen wind en zon – ook stevig investeren in biomassa, CO2-opslag en kernenergie. En daarbovenop ook in hogere dijken, want vast niet iedereen kleurt op tijd binnen de lijntjes.

Als we mondiaal € 100 of 200 mrd per jaar ‘teveel’ investeren en de wereldeconomie daardoor al in 2048 klimaatneutraal kunnen verklaren, beticht niemand ons te zijner tijd van wanbeleid. Als we het goed doen, doen we iets teveel. 

Imagecredit: Rawpixel, via Unsplash Creative Commons

You may also like...