Energietransitie loopt spaak dankzij LED-lampen en A+ koelkasten

Toa Heftiba, via Unsplash Public Domain

In een groot en groeiend deel van Nederland is bouwen van nieuwe zonneparken, woonwijken, datacentra en laadpalen ‘onmogelijk’. Ons stroomnet zit vol. Het net kan extra gebruik of extra teruglevering van elektriciteit niet meer aan. 

Grenzen aan de groei?

Brancheorganisatie Netbeheer Nederland houdt een kaart bij met per regio de resterende netcapaciteit.

Een groot deel van Nederland kleurt daarop inmiddels geel, oranje of rood. Bij geel of oranje dreigt op korte termijn schaarste aan transportcapaciteit voor elektriciteit, bij rood kunnen de netbeheerders nieuwe aanvragen voor verbruik en/of levering überhaupt niet meer honoreren. Zo komt het voor dat zonneparken waarvoor al subsidie verleend is, hun zonnestroom niet kwijt kunnen. Elders valt de bouw van woningen stil, omdat de netbeheerder ook daar geen aansluiting kan bieden.


Anderhalve eeuw geleden was er geen elektriciteitsnet

In 60 jaar 1.700% meer verbruik

Met honderden batterijen en twee koolstofstaven produceerde de Brit Sir Humphry Davy in 1809 voor het eerst enkele minuten lang elektrisch licht. Mooi maar nog bepaald niet zo praktisch als een kaars.

Zeventig jaar later, in 1879, presenteerde Edison een min of meer betaalbare gloeilamp die het ruim 1.000 uur volhoudt. Elektrisch licht was de eerste aanleiding voor de bouw van elektriciteitsnetten. Nog geen anderhalve eeuw geleden was er dus überhaupt geen elektriciteitsnet. Sindsdien is het hard gegaan met de beschikbaarheid en het gebruik van elektriciteit.

Na de gloeilampen volgenden elektromotoren, wasmachines, koelkasten, waterkokers, ovens, treinen, televisies, aluminiumsmelters, vaatwassers, zonnebanken, spelcomputers, datacentra, warmtepompen en elektrische auto’s.


Vroeger, toen groeide ons elektriciteitsverbruik pas echt hard

(Bron: CBS)

Het elektriciteitsnet zoals we dat nu kennen, was er niet opeens. Het groeide van verlichtingsnetjes binnen een fabriek, via enkele wijknetten met capaciteit voor een of twee gloeilampen per huis tot een landelijk dekkend net dat huisvaders toestaat om kaneelkoekjes te bakken in een elektrische oven terwijl treinen rondrijden, wasmachines tollen en aluminiumsmelters smelten.

Vol was het elektriciteitsnet tot nu toe nooit. Gedurende de volle eeuw dat het elektriciteitsverbruik explosief groeide, groeide de netcapaciteit even explosief mee. In 1950 was het verbruik opgelopen tot 7 miljard kilowattuur per jaar. Vandaag verbruikt Nederland jaarlijks zo’n 120 miljard kilowattuur.

Een groei van liefst 1.700% dus. Waarom zou er dan niet nog een zonnepark hier of een woonwijk daar bij kunnen? Als we het net een eeuw lang continu fors konden uitbreiden, hoezo kan dat dan vandaag niet meer?


We hadden slechts een eerste kortstondige groeipauze

Groei in het elektriciteitsverbruik was altijd de norm. Elektriciteitsproducenten en netbeheerders (toen nog onder één dak) anticipeerden op voortgaande groei. Aan die groei kwam slechts recent een einde. De laatste decennia nam de bevolkingsgroei af, vertrok energie-intensieve industrie naar lagelonenlanden en nam het belang van energie-efficiëntie toe.

Na het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 kochten we tijdelijk minder spullen met een stekker en kakte ook de industriële productie even stevig in. Toen de economie weer aantrok, waren LED-lampen en A-label witgoed inmiddels de norm. Zo slaagden we er voor het eerst in de geschiedenis in om het elektriciteitsverbruik een aantal jaar gelijk te houden.

Hoog tijd voor wat we altijd al deden

Het extra verbruik van elektrische auto’s, warmtepompen en datacentra viel tot nu toe weg tegen steeds zuiniger stofzuigers, televisies en koelkasten. Daarom leek investeren in extra netcapaciteit niet langer nodig.

Nu hebben de trends voor groei toch weer de overhand. Nu nieuwbouw aardgasvrij is, elektrische auto’s beter verkopen dan diesels en zonneparken iets minder impopulair zijn dan windparken loopt het elektriciteitsnet dat ‘af’ leek alsnog vol. We moeten dus weer doen wat we altijd al deden. Het net uitbreiden zodat extra elektriciteitstransport weer mogelijk is.


Doorpakken met elektrificatie, we kunnen het echt

Het net uitbreiden is nog iets lastiger dan vroeger, omdat het belang van omwonenden van nieuw te bouwen hoogspanningslijnen en onderstations nu nog zwaarder meeweegt dan vorige eeuw. Het is daarmee zeker niet onmogelijk, het duurt alleen even. U kunt uw steentje bijdragen, door niet op voorhand overal tegen te zijn.

Draag uw eigen steentje bij

Ook met een welwillende omgeving duurt het even voor de netcapaciteit weer op peil is. Ontwerpen en plannen van nieuwe infrastructuur kost jaren. Als je te laat begonnen bent, kun je die tijd niet zomaar inhalen.

De groeipijn van vandaag is daarom voorlopig een gegeven. Laten we alleen ophouden te verzuchten dat niets meer kan. Ook niet ouwehoeren over waterstof omdat elektriciteit ‘niet beschikbaar is’. Emissievrije elektriciteit en elektrificatie zijn samen de belangrijkste en meest betaalbare maatregelen om CO2-reductie te boeken. Schone elektriciteit komt beschikbaar.

Wat we moeten doen om dat mogelijk te maken, is dat wat we altijd al deden. Het net verzwaren.


Imagecredit: Toa Heftiba, via Unsplash Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...