Klimaatakkoord heeft CO2-opslag nodig, maar niet in Rotterdam

Sander van der Molen, via Wikimedia Creative Commons

Na Het Voorstel voor de Hoofdlijnen in de zomer is nu ook Het Ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. Een daadwerkelijk Klimaatakkoord is er daarmee nog altijd niet. De ongewenste derde helft is stiekem al begonnen. 

Ik ga het Klimaatakkoord niet voor u samenvatten

Terwijl iedere zichzelf respecterende journalist in een foute trui aan de kerstborrel zat, presenteerde Ed Nijpels vrijdag 21 december 2018 om 16.00 het Ontwerp van het Klimaatakkoord. Het resultaat van 9 maanden onderhandelen over 49 procent minder CO2-uitstoot in 2030.

Het stuk dat Nijpels pal voor de kerst aan Minister Wiebes overhandigde is drie keer zo dik als de toch ook al 89 pagina’s aan voorstellen die Wiebes in juli 2018 van Nijpels kreeg. Vanzelfsprekend heb ik de nieuwe 233 pagina’s nog niet allemaal aandachtig gelezen. Wel kan ik u vast verklappen dat het extra papier door de bank genomen niet gebruikt is om het Ontwerp van het Klimaatakkoord krachtiger te maken.

Ik ga het ontwerpakkoord daarom niet voor u samenvatten. De belangrijkste fragmenten van het stuk zijn namelijk de fragmenten die je als eerste weglaat in een samenvatting. Om te begrijpen wat er wel en vooral niet in het ontwerpakkoord staat, zult u uzelf door de ambtelijke twijfeltaal, ontbindende voorwaarden, vervolgafspraken om vervolgafspraken te maken en overige ontsnappingsclausules moeten worstelen.

Daarmee zeg ik niet dat het een slecht stuk is, het is alleen geen akkoord. Het is een zeer grondige verkenning van aanknopingspunten, laaghangend fruit, bijeffecten, pijnpunten en onmogelijkheden in de energietransitie. Het is aan de politiek om de hogedrukspuit te pakken, de polderklei uit het ontwerpakkoord te spoelen, de resterende maatregelen door te rekenen en eventuele gaten op te vullen totdat de gevraagde 49 procent CO2-reductie zeker is. Vervolgens dient de overheid het stuk samenvatten tot een leesbare pagina of 15, waar de hele polder zijn krabbel onder kan zetten.

Niet makkelijk, wel noodzakelijk.


Klimaatvuurwerk ploft net voor de kerst en steekt vakbondsknalerwt aan

Natuur en Milieu, Greenpeace, Milieudefensie, FNV en MVO Nederland trokken zich deze week, één dag voor de presentatie, terug uit de onderhandelingen voor het klimaatakkoord.

Het belangrijkste breekpunt lijkt de zware inzet op CO2-opslag in de zware industrie. Ook het ontbreken van een heffing op CO2-uitstoot en het gemis van een transitiefonds voor werknemers van kolencentrales zijn genoemd als pijnpunten.

Dat de vakbeweging bang is dat installateurs van windparken op zee onder het minimumloon gaan werken, is op zijn best grappig. Dat de FNV het succes van het klimaatakkoord op het spel zet omdat de er nog geen kolenfonds is geregeld, is kansloos. Sociale zekerheid is belangrijk, of je nu werkt bij een kolencentrale die dicht moet, een warenhuis dat failliet gaat of een bank die bezuinigt. Die zekerheid regel je buiten het klimaatakkoord.

Het uitstappen van de milieuclubs, met veel bombarie net voor de deadline, verdient ook geen schoonheidsprijs. Toch is het wel de rol die de milieuclubs moeten spelen. Het is goed dat er partijen aan tafel zitten die CO2-reductie als eerste, tweede en derde prioriteit hebben. Partijen die zich niet te druk maken over level playing fields, aandeelhouderswaarde, werkgelegenheid of het bewaren van de goede vrede. Partijen die zonder gêne lomp activistisch zijn.

Het is laf het akkoord in de medialuwte van de kerst door te drukken. Alleen al daarom is het lawaai van de milieuclubs belangrijk. 


Geen tijd voor heibel in de polder

Dat de milieubeweging en de vakbond de gemaakte afspraken niet onderschrijven kun je bagatelliseren. Het gaat slechts om een handvol van de honderden partijen die bij de klimaattafels betrokken zijn. Maar zo werkt de klimaatpolder niet.

De Nederlandse politiek, die deze week in grote meerderheid een ambitieuze maar tandeloze klimaatwet aannam, heeft een polderakkoord met tanden nodig om de klimaatwet waar te maken. Effectief klimaatbeleid gaat de komende decennia wringen met andere politieke doelen. Op dat moment moeten Wiebes en zijn opvolgers kunnen terugvallen op dit akkoord. Dat werkt alleen als de hele polder een krabbel zet.

Het stuk dat er nu ligt bevat vele keurige compromissen maar is in zijn geheel als compromis gewoon niet goed genoeg. Zonde dat er een activistische breuk nodig was om dat duidelijk te maken. Nu moet er gerepareerd worden.

Elke missende krabbel remt de transitie

De eerste stap daartoe is simpel. Het kabinet zegt de vakbeweging toe dat de sociale voorzieningen ook voor werknemers in de steenkoolsector zullen gelden. Dat doet geen van de overige onderhandelaars pijn en brengt de FNV weer aan tafel.

Een lijmpoging met de milieuclubs is veel lastiger. De roep om ‘niet de burger maar de grootste vervuilers te laten betalen’ en geen ‘CO2 onder het tapijt te vegen’ is stevig geponeerd en weerklinkt ook in de politiek en de maatschappij. Als het definitieve klimaatakkoord deze breekpunten niet adresseert, is het de oppositie en niet de minister die de komende jaren continu zal terugvallen op de (niet) gemaakte afspraken. Elke keer als klimaatbeleid wringt met andere politieke doelen. Daar is niemand mee geholpen. En toch gaat het gebeuren.

Zonder krabbels van de milieubeweging zal dit klimaatakkoord de transitie alleen maar remmen. 


Krabbels winnen zonder krabbels te verspelen

Dat er in 9 maanden onderhandelen in besloten kring geen compromis is gevonden op de breekpunten belooft niet veel goeds. Dat het spel nu via de media gespeeld wordt, heeft wel als voordeel dat de media kan meedenken. Bij deze.

Eerst wat context bij de breekpunten. De roep om een CO2-heffing suggereert dat de industrie de dans nu ontspringt. Dat klopt niet. Via het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) boekt de zware industrie netjes af voor elke uitgestoten ton CO2. De (markt)prijs voor het begrensde aantal rechten om een ton CO2 uit te stoten is op moment van schrijven € 23,40. De 14,3 megaton die de industrie in 2030 niet meer mag uitstoten, kost* de industrie bij de prijs van vandaag € 335 mln per jaar.

Een CO2-heffing is niet zo spannend

Schattingen voor de benodigde investeringen om deze 14,3 megaton in de industrie te reduceren lopen uiteen van € 9 mrd tot 15 mrd, terwijl voor de resterende uitstoot jaarlijks nog steeds de ETS-prijs betaald moet worden.

Het is een kwestie van smaak of het erg is of u en ik meebetalen aan de transitie in de industrie. Dingen die we met zijn allen belangrijk vinden, betalen we in Nederland met zijn allen. Wie ontslagen wordt bij een kolencentrale, bieden we met zijn allen samen een vervangend inkomen. Wiens auto gestolen is, kan naar de politie omdat we dat samen betalen.

De zware industrie vervuilt omdat we daar samen werken en spullen kopen en omdat we onze klachten over de vervuiling tot nog toe niet voldoende krachtig kenbaar hebben gemaakt. Nu bedrijven volgens ‘ons’ wel moeten verduurzamen, kunnen we die verduurzamingsslag ook samen met de bedrijven betalen.

Een stevige CO2-prijs, aangevuld met een subsidie betaald door de burger, lijkt een haalbare en (ook voor de burger) betaalbare manier om de transitie in de industrie te financieren. Een compromis zou kunnen zijn om de CO2-minimumprijs zoals al voorgesteld voor de elektriciteitssector (pagina 168) ook door te voeren voor de industrie. Net als een directe heffing geeft deze bescheiden minimumprijs bedrijven extra motivatie en zekerheid bij investeringen in CO2-reductie, zonder dat er in de praktijk veel verandert in de concurrentiepositie.

Als er geen gekke dingen gebeuren in de economie betaalt de Nederlandse industrie net als concurrenten in de rest van Europa gewoon de reguliere ETS-prijs. Als de economie en daardoor de ETS-prijs onverhoopt toch inkakt, zou de nieuwe SDE++ (o.a. pagina 96) dat kunnen corrigeren. Dat dan weer gecorrigeerd voor lagere productievolumes in een crisis.

Uitbreiding van de CO2-minimumprijs is een gebaar dat de milieubeweging moet kunnen omarmen en dat de industrie kan dragen. 

*De Nederlandse industrie kreeg in 2017 44 megaton aan ETS-rechten cadeau. Hoewel de industrie voor het leeuwendeel van de uitstoot dus (nog) niet direct betaalt, zijn de uitstootrechten wel een kostenpost. De bedrijven die de gratis toegewezen ETS-rechten niet opgebruiken kunnen deze rechten tenslotte verkopen tegen de marktprijs.


Voor wat hoort wat: Steun voor CO2-opslag is een must

Als de industrietafel het plan voor de CO2-minimumprijs in de elektriciteitssector overneemt, ontstaat er voor de milieubeweging ruimte om op het breekpunt van de CO2-opslag wat water bij de wijn te doen.

Dweilen tot de kraan echt dicht kan

Geld pompen in de opslag van CO2 terwijl we dezelfde euro’s ook kunnen gebruiken om de uitstoot van het broeikasgas structureel te verminderen klinkt onhandig. Toch is CO2-opslag onmisbaar in de transitie.

Het klimaat werkt helaas namelijk niet zo dat alles goed komt als we de wereldeconomie in 2050 maar CO2-neutraal is. De CO2 die we vandaag uitstoten, draagt bijna net zoveel bij aan de klimaatverandering in 2100 als de CO2 die we in 2050 uitstoten. CO2-opslag is allereerst een belangrijke optie om de uitstoot van de industrie die nog niet zonder fossiele bronnen kan in één keer en op korte termijn vast stevig te verduurzamen.

Het tweede argument voor CCS hangt samen met het beprijzen van CO2-uitstoot. Dat illustreer ik in de rest van dit stuk. 


Verreweg de grootste individuele bron van CO2-uitstoot

Met bijna 6,9 megaton CO2-uitstoot in 2017 is staalproducent Tata Steel verreweg de grootste industriële bron van CO2-uitstoot in de Nederland. Maar wacht even voor je met pek en veren naar IJmuiden stormt.

88% van het CO2-doel voor de industrie

Per opgewekte kilowattuur jagen de elektriciteitscentrales ‘Velsen’ en ‘IJmond’ van Nuon grofweg dubbel zoveel CO2 de lucht in als een kolencentrale. Samen puften deze centrales in 2017 5,7 megaton uit.

Terwijl de laatste 5 Nederlandse kolencentrales voor 2030 dicht gaan, is die afspraak voor deze twee nog véél vuilere centrales van Nuon niet gemaakt. Maar wacht even voor je met pek en veren naar Nuon stormt.

De betreffende elektriciteitscentrales van Nuon in de IJmond draaien op hoogovengas, afvalgassen van de staalproductie. Van Tata in IJmuiden. Als Nuon daar geen elektriciteit mee zou produceren, zou deze uitstoot óók voor rekening komen voor Tata Steel. In de praktijk waren de hoogovens van Tata dus goed voor liefst 12,6 megaton CO2 in 2017. Als Tata Steel de tent zou sluiten, heeft de hele Nederlandse industrie zijn Klimaatakkoorddoel van 14,3 megaton CO2-reductie al bijna te pakken.

Maar wacht nog steeds even voor je met pek, fakkels en hooivorken naar IJmuiden stormt. 


We hebben Tata Steel keihard nodig in de energietransitie

Wie windturbines bouwt om duurzame stroom te generen, heeft heel veel staal nodig. Wie hogesnelheidslijnen of Hyperloops bouwt als alternatief voor vliegtuigen heeft heel veel staal nodig. Wie hoogspanningsmasten en elektrolysers bouwt om gigawatts aan nieuwe wind- en zonnestroom in goede banen te leiden, heeft heel veel staal nodig.

Staal recyclen kan al zonder CO2-uitstoot

Hoewel de productie van staal uit ijzererts gigantisch veel CO2-uitstoot met zich meebrengt, lukt het zonder staal niet om de huidige economie om te bouwen naar een CO2-vrije economie.

Gelukkig is staal oneindig en volledig recyclebaar. Omsmelten van schroot gaat top in een vlamboogoven. Als de vlamboog op wind- of kernenergie draait, is het gerecyclede staal praktisch vrij van CO2-uitstoot.

Ooit is al het staal duurzaam.

Helaas is er voor de duizenden nieuwe windturbines, spoorbalken en hoogspanningsmasten vooralsnog niet genoeg staal in omloop. Helaas zijn er voorlopig geen staalfabrieken die nieuwe ijzererts met waterstof of biomassa verwerken tot ruwijzer. Helaas hebben we steenkoolverstokende hoogovens zoals die van Tata nog jarenlang hard nodig.

CO2-opslag is de enige realistische optie om met acceptabele CO2-uitstoot voor 2050 heel veel nieuw staal te maken.


Steun CO2-opslag voor Tata Steel 

Het meeste lawaai voor CCS komt niet uit de IJmond maar uit de Rijnmond. De raffinaderijen van Shell (3,8 megaton CO2 in 2017), BP (2,1 megaton), Esso (2,1 megaton) zijn het verst met de plannen voor CO2-opslag. 

Het klimaat proeft geen verschil tussen olie en staal

Als ik de milieubeweging goed inschat, heeft de weerstand tegen CO2-opslag zijn oorsprong vooral in de stevige lobby van ‘Shell & co’. Hoewel het wantrouwen jegens de oliebedrijven an sich misschien ietwat overtrokken is, is de weerstand tegen CO2-opslag bij raffinaderijen te billijken.

Het maakt voor het klimaat helemaal niet uit of we 3 megaton CO2 van Shell of 3 megaton CO2 van Tata Steel onder de grond stoppen. Voor de transitie maakt het echter een wereld van verschil. Als we Tata Steel toestaan zijn CO2 in lege gasvelden te pompen, hoeft Tata jaarlijks (6,9 megaton x € 23,40 =) € 161 mln aan ETS-rechten niet meer af te boeken.

Daarmee houdt Tata geld over om te investeren in duurzamere staalproductie en blijft het staal dat Tata produceert betaalbaar voor alle duurzame toepassingen van staal die we in gedachten hebben of nog verzinnen.

Als Tata de CO2 die Nuon namens de hoogovens uitstoot ook in dezelfde gasvelden pompt, heeft Nuon jaarlijks (5,7 megaton x € 23,40 =) € 133 mln extra om te investeren in nieuwe windparken.

En als deze zwaarvervuilende elektriciteitscentrales van Nuon plotsklaps CO2-vrij zijn, is de gemiddeld uitstoot van alle 120 miljard kilowatturen die we in Nederland jaarlijks gebruiken in één klap niet 413 gr/kWh maar nog zo’n 365 gr/kWh. Dat maakt alle elektrische auto’s, warmtepompen en inductiekookplaten in één keer ruim 10 procent duurzamer.

CO2-opslag in de IJmond draagt bij aan alle doelen die de milieubeweging hoog in het vaandel heeft. Heroverwegen dus.


Subsidieer CCS niet voor raffinaderijen

Staal draagt op vele manieren bij aan de economie waar we naar toe willen. Olie zorgt eerst en vooral dat de economie blijft draaien tijdens de transitie. Ook belangrijk. Laten we de olie- en gasbedrijven geen poot uitdraaien. 

Maar laten we de raffinagesector ook geen CO2-opslag cadeau doen. Net zoals het voor de transitie loont om CO2 van Tata Steel in lege gasvelden op te bergen, loont het om voorlopig te voorkomen dat raffinaderijen hun CO2 onder de grond stoppen. De blootstelling van de olie en gasbedrijven blijven aan de ETS- en/of CO2-minimumprijs blijft dan behouden. Dit voorkomt dat benzine, diesel en andere aardolieproducten kunstmatig goedkoper worden.

Als de raffinaderijen bij de CO2-beprijzing brood zien in CO2-opslag dan is dat prima. Dan is er geen subsidie nodig. Als er wel subsidie nodig is, is er in de raffinaderijen en bij de afnemers van olieproducten zoveel structurele CO2-besparing te realiseren dat er voor die subsidie altijd een betere bestemming te vinden is. CCS voor raffinage is inderdaad een onzalig idee.

Er is veel meer te bedenken dat het klimaatakkoord sterker zou maken maar het is nu belangrijk de 9 maanden van intensief onderhandelen te respecteren. Elk compromis moet zo min mogelijk verschuiven in de tekst die er al ligt.

Is dit klimaatakkoord met een industrie-minimumprijs en gerichte toepassing van CCS wel levensvatbaar? Ik ben benieuwd. 

ImagecreditSander van der Molen, via Wikimedia Creative Commons (cropped)

Dit vind je misschien ook leuk...