Hoe belangrijk is terugverdientijd van een warmtepomp voor jou?

Ashraf Ali, via Unsplash Public Domain

Veel Nederlanders denken bij verduurzaming van de woning direct aan terugverdientijd van de investering. Begrijpelijk, maar ook wat beperkt. Bij de keuze voor bijvoorbeeld een warmtepomp zijn ook andere aspecten het afwegen waard.

Dit artikel is geschreven door Jan van Rooijen en onderdeel van een samenwerking met WarmtepompVergelijker.nl.

Terugverdientijd is een hulpmiddel

De terugverdientijd is de periode tussen het moment van investeren en het moment waarop alle opbrengsten tot dan toe optellen tot het bedrag gelijk aan de investering.

Investeer je bijvoorbeeld €7.000 in zonnepanelen en verdien (of bespaar) je vervolgens gemiddeld €1.000 per jaar met het opwekken van elektriciteit, dan verdienen deze zonnepanelen zich in 7 jaar terug. De terugverdientijd is eerst en vooral een hulpmiddel om verschillende scenario’s met elkaar te vergelijken. In het voorbeeld van de zonnepanelen vergelijk je de aanschaf van zonnepanelen met het scenario waarin je niets doet.


Warmtepomp zes keer zo duur, maar mogelijk toch voordeliger

Bij het overwegen van een warmtepomp maakt de terugverdientijd de vergelijking mogelijk tussen –bijvoorbeeld– het toch maar weer aanschaffen van een nieuwe cv-ketel (investering ruwweg €1.500) of een nieuwe warmtepomp (investering ruwweg €9.000). De cv-ketel en warmtepomp voorzien in dezelfde behoefte, maar de warmtepomp is 6 keer zo duur.

In het gebruik is de efficiënte warmtepomp doorgaans goedkoper. Hoeveel goedkoper is van vele factoren afhankelijk. Stel voor dit voorbeeld dat de warmtepomp je ieder jaar €1.000 aan besparingen op op de energierekening oplevert ten opzichte van de cv-ketel. De hogere prijs van de warmtepomp (+€7.500) verdien je in dit voorbeeld dan in 7,5 jaar terug. Na die 7,5 jaar zijn de opties ‘warmtepomp’ en ‘cv-ketel’ financieel aan elkaar gelijk. Als in dit scenario de verwachte levensduur van de warmtepomp langer is dan 7,5 jaar, dan houd je na 7,5 jaar ieder jaar geld over ten opzichte van het alternatieve scenario waarin je had besloten de cv-ketel aan te schaffen.


Waar zet je terugverdientijd tegen af?

De vraag of een terugverdientijd van 7,5 jaar interessant is, zetten de meeste mensen echter niet alleen af tegen de levensduur van de warmtepomp, maar ook tegen alternatieve investeringen. Als je die €9.000 maar één keer kan uitgeven, en je weet bijvoorbeeld dat woningisolatie een terugverdientijd heeft van maar 5 jaar, dan kiezen veel mensen terecht voor het laatste. Omdat je al 2,5 jaar eerder geld overhoudt, kun je bijvoorbeeld al eerder nieuwe investeringen doen.

Bredere afweging

Toch is het afwegen van een investering langs enkel de meetlat van terugverdientijd wel wat eenzijdig.

Anders dan een investeringsbank, die door zijn klanten puur wordt afgerekend op het hoogste rendement, kun je als woningeigenaar natuurlijk ook andere doelen nastreven. Een cv-ketel verbruikt aardgas en stoot CO2 en stikstofoxiden uit, een warmtepomp niet. Een warmtepomp kan de woning koelen, een cv-ketel niet. Deze aspecten zie je niet terug in de kale terugverdientijd maar naast je economische bril heb je als huiseigenaar vast ook oog voor comfort en verduurzaming.

Ook de eventuele waardestijging van een woning laat zich moeilijk vatten in een terugverdientijd. De verwachting is dat het energielabel in de toekomst echt een factor wordt. Vergelijk het met de actuele prijsontwikkeling van dieselmodellen bij (tweedehands) auto’s. De vraag daalt, waardoor ook de prijs daalt. Als banken hun financieringsruimte in de toekomst koppelen aan het energielabel dan telt dit effect bij woningen wellicht nog sterker dan bij dieselauto’s.


Warmtepompen onderling vergelijken

Het is onmogelijk te voorspellen wat de exacte terugverdientijd van een warmtepomp voor jouw woning gaat zijn. Dat hangt af van je stookgedrag, de ontwikkeling van de gas- en elektriciteitsprijzen en de buitentemperatuur in betreffende periode.

Wel kun je verschillende warmtepompen onderling goed vergelijken. Een duurder exemplaar bespaart vaak meer energie, maar de met die besparing terug te verdienen investering is ook groter. De warmtepomp met de kortste terugverdientijd is meestal niet de duurste maar levert wel de hoogste energiebesparing per geïnvesteerde euro. Dat getal is te berekenen. Het besparingsvermogen van iedere warmtepomp is bekend en wordt uitgedrukt in de SCOP (Seasonal Coëfficiënt of Performance). Je zoekt naar de beste verhouding tussen investering en SCOP. Een voorbeeld:

  • Warmtepomp A kost €8.000 en heeft een SCOP van 4,0.
  • Warmtepomp B kost €12.000 en heeft een SCOP van 5,1.

We weten zeker dat de duurdere warmtepomp meer energiekosten zal besparen vanwege de hogere SCOP, maar ook de investering is aanzienlijk hoger. In exact hoeveel jaar deze warmtepompen zichzelf terugverdienen is zonder veel situatiekennis niet te zeggen en hangt sterk af van de vraag of je bijvoorbeeld 1.000 of 5.000 kubieke meter aardgas bespaart.

Toch kunnen we, ongeacht de gasbesparing, bepalen welke warmtepomp de kortste terugverdientijd heeft. Bij warmtepomp A betaal je €2.000 per SCOP-punt (€8.000/4,0) en bij de warmtepomp B meer dan €2.300 per SCOP-punt (12.000/5,1). Dat betekent dat je voor het hogere besparingsvermogen van warmtepomp B een relatief hoge prijs betaalt.


De kortste terugverdientijd is niet per se de beste terugverdientijd

Ga je voor de kortste terugverdientijd, dan kies je in bovenstaande vergelijking voor warmtepomp A. Wil je de hoogste energiebesparing, dan kies je voor B. In het vergelijkingsoverzicht van Warmtepompvergelijker.nl krijgt de warmtepomp met de kortste terugverdientijd (in dit geval warmtepomp A) de meeste sterren, op grond van deze berekening.

De berekening (investering gedeeld door SCOP) geeft een verhoudingsgetal waarmee je warmtepompen kunt rangschikken op terugverdientijd. Dat geeft géén exacte terugverdientijd in jaren, maar je weet welke warmtepomp hierop het best zal presteren. Dat betekent niet dat de warmtepomp met de kortste terugverdientijd ook de beste keus is.

In de berekening zijn de verwachte totale levensduur en de kosten voor onderhoud gedurende die levensduur bijvoorbeeld nog niet meegewogen. Duurder geldt vaak als betrouwbaarder. Een warmtepomp die zichzelf 2 jaar later terugverdient maar vervolgens 10 jaar langer meegaat, is economisch alsnog interessanter.


Imagecredit: Ashraf Ali, via Unsplash Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...