Liever (toch) subsidie op offshore windparken dan op extra verbruik

Nicholas Doherty, via Unsplash Public Domain

De Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) roept de politiek op om de Nederlandse industrie aan te sporen meer elektriciteit te gaan verbruiken. ‘Anders zou de bouw van offshore windparken wel eens stil kunnen vallen.’

Een begrijpelijk maar onhandig verzoek van de windlobby

Offshore windparken zijn de kurk waar de Nederlandse energietransitie op drijft. Op zee leveren windturbines meer elektriciteit en zijn grotere projecten mogelijk dan op het vasteland. Groot was dan ook de blijdschap toen in 2018 de bouw van offshore windparken subsidievrij mogelijk bleek.

Dat de brancheorganisatie van de windsector nu deze noodklok luidt is, dan ook schrikken. De NWEA op haar website: “Hoewel de kosten blijven dalen door schaalvergroting en innovaties, wordt de enorme potentie om windstroom te gebruiken nog onvoldoende benut. Daardoor dalen de marktprijzen nog harder en zijn windparken niet meer rendabel.”


Vraagstimulering nodig voor een gezonde businesscase?

Windparken zijn elkaars grootste concurrent

Volgens het klimaatakkoord beschikt Nederland in 2030 over 11 gigawatt aan windparken. Als het goed waait in 2030, leveren al die windturbines tegelijkertijd elektriciteit. En volgens de bekende economische wetten daalt de marktprijs voor elektriciteit als het aanbod groter is dan de vraag.

Dat is een probleem voor exploitanten van (subsidievrije) windparken. Ondanks dat de kosten voor offshore wind gekelderd zijn, blijft het bij een marktprijs van 0 simpelweg lastig geld verdienen. Om de businesscase toch kloppend te krijgen, verzoekt de NWEA de overheid daarom om de industrie te stimuleren om (veel) meer elektriciteit te verbruiken.


Industriële elektrificatie is zilver, timing is goud

Elektrificatie van de warmtevraag in raffinaderijen, productie van waterstof door elektrolyse en elektrische recycling van staal kan inderdaad de Nederlandse vraag naar elektriciteit sterk vergroten. Een groot deel van dit additionele elektriciteitsverbruik kan ook nog eens zeer flexibel zijn. Een prima match met de variabele opwek uit windturbines.

En toch schuurt het. Als de uitvoering van het klimaatakkoord volgens planning loopt, leveren offshore windparken in 2030 een kleine 50 miljard kilowattuur (kWh) per jaar. Windmolens en zonnepanelen op land zijn dan goed voor nog eens 35 miljard kWh. Het huidige elektriciteitsverbruik van Nederland is 120 miljard kWh. Dat zal in 2030 zeker niet minder zijn.

Er is geen gebrek aan vraag, er is een overschot aan CO2

Het is vooraleer zaak het huidige elektriciteitsverbruik te verduurzamen. Als de vraag naar elektriciteit sterk stijgt vóór ons huidige elektriciteitsverbruik vrij van CO2-uitstoot is, betekent dat extra verbruik van aardgas in gascentrales. En dus extra CO2-uitstoot*.

Als een fabriek zijn warmte in 2030 niet meer met een ketel op aardgas maar met een elektrische boiler produceert, is de kans groot dat die fabriek indirect alsnog op aardgas stookt. Nu alleen inefficiënter. Alleen als de fabriek in kwestie gebruik maakt van overschotten elektriciteit is het zeker dat elektrificatie de CO2-uitstoot verkleint. Tenzij NWEA-leden de komende 10 jaar veel meer dan 11 gigawatt aan offshore windparken bouwen, is er in 2030 geen sprake van bruikbare overschotten.


Stimuleer niet de energievraag, stimuleer CO2-reductie

CO2-prijs stuurt flexibele elektrificatie

Tot 2030 ligt er een enorme opgave om de productie van elektriciteit in kolen- en gascentrales tot een minimum te beperken. Offshore windparken zijn daarin voor Nederland het belangrijkste en meest effectieve wapen.

Als de brancheorganisatie constateert dat de uitrol van offshore windparken gevaar loopt, is dat een signaal dat de politiek bloedserieus moet nemen. Vergroten van de vraag naar elektriciteit is echter maar een van de routes naar een gezonde businesscase voor offshore wind. Een andere optie is bijvoorbeeld CO2-beprijzing.

Een serieuze prijs op CO2-uitstoot** maakt elektriciteit uit aardgas duurder. Op alle momenten dat wind- en zonneparken niet de volledige elektriciteitsvraag dekken, zetten gascentrales de marktprijs. Als de exploitatiekosten van gascentrales stijgen doordat de prijs op CO2-uitstoot oploopt, profiteren exploitanten van windparken daar direct van mee. Tegelijkertijd biedt een serieuze CO2-prijs een sterke prikkel op de door de NWEA (en door mij) gewenste flexibele elektrificatie van de industrie.

Dit echter pas als die elektrificatie ook daadwerkelijk in CO2-reductie resulteert. Dat zal vermoedelijk pas tussen 2035 en 2040 voldoende vaak het geval zijn. Daar kunnen investeerders in windparken niet op wachten. Ook al gaat een offshore windpark misschien straks 40 jaar mee, de businesscase moet ook in de eerste jaren na realisatie reëel zijn.


Kies voor duurzaam gezichtsverlies

Het duurt helaas nog jaren voor elektrificatie in de industrie resulteert in substantiële CO2-reductie. Niet alleen omdat aan de elektriciteit nog teveel CO2 kleeft, ook omdat het een hele opgave is om industriële complexen om te bouwen van aardgas naar elektriciteit. Alleen al de realisatie van een hoogspanningskabel naar een industriecluster duurt jaren. Het lijkt dan ook onwaarschijnlijk dat de industrie het gat in de businesscase van de windsector tijdig kan dichten. De groei van elektriciteitsvraag blijft welhaast zeker structureel achter op de gewenste ontwikkeling van windparken.

Aanbod groeit nu eenmaal sneller

Voor alle Nederlandse klimaatdoelen is het hoe dan ook cruciaal dat die windparken er komen. Gelukkig is er in Nederland al brede ervaring met beleid om dat zeker te stellen: SDE-subsidie op de onrendabele top.

Na alle feestvreugde rond de subsidievrije windparken is het pijnlijk om bij volgende tenders toch weer een subsidie te moeten verlenen op de exploitatie van windparken. Pijnlijk, niet onmogelijk. Pijnlijk, maar misschien wel gewoon noodzakelijk. Overigens vooral pijnlijk voor de windsector en de politiek. Voor de Nederlandse stroomconsument is er weinig aan de hand. De kosten van offshore wind zijn al laag en zullen verder dalen. Het benodigde subsidiebedrag zal echt bescheiden zijn.

Veel kleiner dan het gezichtsverlies voor de windsector en de politiek.


*Elektriciteitsproductie in Europa valt onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Voor extra uitstoot in gascentrales, vernietigen de exploitanten van de gascentrales verplicht evenredig extra emissierechten. Omdat het Europese emissieplafond onvoldoende knelt, resulteert de extra elektriciteitsvraag door elektrificatie echter hoogstwaarschijnlijk nog steeds in extra CO2-uitstoot.

**In het rapport ter onderbouwing van het verzoek door NWEA, opgesteld door Afry, gaat slechts 1 van de 78 pagina’s over CO2-beprijzing. Afry stelt dat een eventuele (nationale) CO2-belasting weinig uithaalt omdat Nederland dan extra elektriciteit zal importeren uit landen met lagere CO2-kosten. Dat klopt waarschijnlijk, maar haalt ook het verzoek voor vraagstimulering wat onderuit. Extra vraag uit de Nederlandse industrie zal eveneens gedekt worden door de producent met de laagste kosten. Het maakt niet uit of Nederland extra importeert omdat de vraag hoger ligt of omdat de Nederlandse gascentrales hun productie matigen. In dat licht: De NWEA heeft grote exploitanten van gascentrales en raffinaderijen onder haar leden, die op die activiteiten last hebben van een CO2-belasting en baat bij stimulering op elektrificatie. Het was dan ook passender geweest om de optie van CO2-beprijzing iets uitvoeriger te behandelen, zowel in het rapport zelf als in de persuitingen over het rapport.


Imagecredit: Nicholas Doherty, via Unsplash Public Domain

Dit vind je misschien ook leuk...